Tentoonstelling In volle bloei laat topwerk van vrouwelijke kunstenaars zien

Zo feminin, of een vrouw meest eigen

In het jubileumjaar trakteert het Mauritshuis zijn bezoekers op een bont boeket, bestaande uit de beste bloemstillevens uit de 17de eeuw. Het museum bezit zelf een rijke verzameling bloem-schilderijen, meesterwerken van Ambrosius Bosschaert, Maria van Oosterwijck, Jan Davidsz de Heem en Rachel Ruysch. Niet voor niets behoren deze geschilderde boeketten tot de populairste werken uit de collectie. Aangevuld met bruiklenen van over de hele wereld vertellen we het fascinerende verhaal van dit genre. Opmerkelijk genoeg speelden vrouwen in de bloemstillevenkunst een belangrijke rol. In een tijd waarin van de vrouw bepaald niet werd verwacht dat zij zich professioneel ontwikkelde, vinden we een aantal zeer talentvolle vrouwelijke schilders en onderzoekers die internationale roem wisten te vergaren.

Rachel Ruysch, Maria van Oosterwijck, Judith Leyster, Clara Peeters, Michaelina Wautier, Maria Sybilla Merian: Ze zijn veel minder beroemd dan Rembrandt, Vermeer of Frans Hals, maar toch werden ze in hun eigen tijd bejubeld en kwam hun werk terecht in vorstelijke en adellijke collecties. Na hun dood raakten ze vaak in de vergetelheid of werden hun werken aan mannelijke collega´s toegeschreven – het was toch onmogelijk dat een vrouw zó mooi kon schilderen? Terwijl Gerard de Lairesse in het Groot Schilderboek in 1707 nog verkondigde dat geen onderwerp ‘zo feminin, of een vrouw meest eigen’ was als het bloemstilleven.

In de tentoonstelling In volle bloei komen deze vrouwen wel weer aan bod: maar liefst een derde van alle tentoongestelde werken is door hen geschilderd. De beroemdste en succesvolste schilder onder deze vrouwen is waarschijnlijk Rachel Ruysch (1664-1750). Haar bloemstilleven in de tentoonstelling (Vaas met bloemen,1700) is extra bijzonder omdat in dit boeket de bloemen al over hun hoogtepunt heen zijn en één bloem zelfs al is afgeknipt. Ruysch ging in de leer bij de beste bloemenschilder van Amsterdam, Willem van Aelst, die ze al snel naar de kroon stak. Ze overvleugelde ook haar schilderende echtgenoot met wie ze tien kinderen kreeg en ze moest dus haar grote carrière combineren met haar gezin. Ruysch schilderde bloemstillevens tot haar 85ste. Er zijn nog steeds zo’n 150 schilderijen van haar bekend.

Maria Sibylla Merian (1647-1717) was kunstenaar én onderzoeker en liet een omvangrijk oeuvre na van botanische tekeningen en baanbrekende natuurwetenschappelijke publicaties. Ze maakte kleurrijke tekeningen van vlinders en insecten in hun natuurlijke leefomgeving. In 1699-1701 ondernam Merian met haar dochter een reis naar Suriname om onderzoek te doen naar de insecten van dat land. Dit resulteerde in haar beroemde boek Metamorphosis Insectorum Surinamensium Ofte Verandering der Surinaamse Insecten (1705). Daarnaast publiceerde ze onder meer een meerdelig Rupsenboek, waarvoor ze haar leven lang onderzoek deed en tekeningen maakte. In de tentoonstelling is dit boek te zien, naast één deel van haar Rupsenboek en twee van haar uiterst gedetailleerde, kleurige tekeningen.

Surinaamse Insecten
Maria Sibylla Merian

In 1687 lukte het een Amsterdamse vrouw wat in Europa nog nooit iemand was gelukt: het kweken van een tropische ananas – in haar eigen verwarmde kas. Agnes Block (1629-1704) was tijdens haar leven al een beroemdheid. Block verzamelde honderden zeldzame planten in de tuin van haar buitenplaats de Vijverhof aan de Vecht, waarover zij correspondeerde met botanische geleerden in onder meer Leiden, Amsterdam, Parijs en Bologna. Zoals toen gebruikelijk wisselden zij zaden, bollen en knollen met elkaar uit. Block tekende of schilderde zelf niet, maar nodigde een botanische kunstenaars uit om alle planten en bloemen in haar tuin vast te leggen. Onder de kunstenaars die voor Block werkten bevonden zich diverse vrouwen, zoals Alida Withoos, Maria Moninckx en Merian. In de tentoonstelling is het portret te zien van Block en haar man, geschilderd door Jan Weenix. Natuurlijk is haar ananas daarop de zien.

Agnes Block
Agnes Block

Verschillende vorstelijke verzamelaars, onder wie Lodewijk XIV en koning-stadhouder Willem III, hadden werk van Maria van Oosterwijck (1630-1693) in hun bezit. Veel vrouwelijke kunstenaars kwamen uit een schildersfamilie (ze werden thuis -gratis- opgeleid om bij te dragen aan het familiebedrijf), maar dat geldt niet voor de Delftse predikantendochter Van Oosterwijck. Dat maakt het des te opmerkelijker dat zij haar eigen beroepspraktijk wist op te bouwen – ondanks de maatschappelijke en persoonlijke obstakels die voor een vrouw toentertijd torenhoog waren. In sommige van haar schilderijen verwerkte Van Oosterwijck een christelijke boodschap. Op het schilderij Bloemen in een versierde vaas uit ca. 1670-75 staat een zonnebloem. Deze werd in de 17de eeuw geassocieerd met de ware gelovige die Christus navolgt, omdat de bloem met haar kop de zon volgt.

Maria van Oosterwijck Bloemen in een versierde vaas
Maria van Oosterwijck – Bloemen in een versierde vaas

In volle bloei

Vanaf 10 februari 2022 t/m 6 juni 2022 in Het Mauritshuis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s