Tentoonstelling ‘Mancini. Eigenzinnig & Extravagant’

Antonio Mancini, ‘Acrobaat met viool (Portret van Luigi Gianchetti)’, 1878, Kunsthandel Bottegantica, Milaan

De Mesdag Collectie is weer open voor het publiek en de nooit geziene tentoonstelling ‘Mancini. Eigenzinnig & Extravagant’ kan nu eindelijk in het echt bewonderd worden. Bovendien is De Mesdag Collectie erin geslaagd Mancini. Eigenzinnig & Extravagant te verlengen tot en met 20 september 2020.

De Italiaanse kunstenaar Antonio Mancini (1852-1930) was zijn tijd zo ver vooruit dat het publiek perplex stond van zijn schilderijen. Hij gooide hoge ogen bij de internationale high society, die zich maar al te graag door hem liet portretteren. Een van Mancini’s bewonderaars was de Haagse schilder en kunstverzamelaar Hendrik Willem Mesdag, die over een periode van twintig jaar zo’n 150 werken van Mancini naar Nederland liet komen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook om ze tentoon te stellen en te verkopen.

De tentoonstelling Mancini. Eigenzinnig & Extravagant geeft een overzicht van Mancini’s turbulente leven en werk aan de hand van schilderijen van Italiaanse circusjongens, grandioze portretten en bijzondere brieven uit een recente particuliere schenking aan het Van Gogh Museum. Een groot aantal schilderijen in de tentoonstelling is voor het eerst in Nederland te zien.

Bliksemcarrière

Antonio Mancini werd als twaalfjarige arme kleermakerszoon toegelaten tot het Istituto di Belle Arti, de kunstacademie van Napels. Op achttienjarige leeftijd exposeerde hij al op grote groepstentoonstellingen in Italië en twee jaar later was zijn werk voor het eerst te zien op de Salon in Parijs, de belangrijkste jaarlijkse kunsttentoonstelling van Europa. Als begaafd figuurschilder bouwde hij snel een internationaal netwerk van liefhebbers op, dat zich gaandeweg uitbreidde naar Frankrijk, Nederland, Engeland, Duitsland en zelfs Amerika. Hij werd geprezen om zijn kleurgebruik en de rake weergave van de gemoedstoestanden van zijn figuren.

In Rome, Londen en Dublin portretteerde hij de high society en in 1920 was Mancini zo bekend dat hij een eigen tentoonstelling had op de Biënnale van Venetië. Negen jaar later werd hij toegelaten tot de prestigieuze Accademia d’Italia. Mancini wordt in Italië tot op de dag van vandaag gerekend tot een van de meest vooraanstaande schilders van zijn tijd.

Werkwijze

Al bij zijn leven gold Mancini als een fenomeen. In sommige schilderijen verwerkte hij glimmende materialen, zoals glas, metaal, spiegeltjes of delen van lege verftubes. Dat was nog nooit vertoond. Ook ontwikkelde hij andere opmerkelijke technieken, die het aanzien van zijn schilderijen bepalen. Zo plaatste hij tijdens het schilderen vaak een raamwerk van horizontaal en verticaal gespannen draden voor zijn model en maakte een soortgelijk raster voor zijn doek op de ezel. Deze zogenaamde graticola liet blijvende markeringen in de vorm van een ruitpatroon achter in het verfoppervlak.

Antonio Mancini, ‘Zelfportret in het atelier’, ca. 1878, Galleria d’Arte Moderna di Palazzo Pitti, Florence

Mancini maakte zijn leven lang fascinerende zelfportretten. De ene keer portretteerde hij zichzelf als serieus kunstenaar, een andere keer lijkt het wel of hij zijn tong uitsteekt naar de toeschouwer. Het was een spektakel om de kunstenaar aan het werk te zien. Ooggetuigen beschreven hoe hij wanneer hij iemand portretteerde een punt op zo’n vier of vijf meter van zijn ezel nauwkeurig aftekende met een kruisje. Vanaf dat punt rende hij met zijn palet heen en weer naar het doek, om vloekend, lachend of mompelend een paar verfstreken aan te brengen. W.B. Yeats, die in 1907 door Mancini werd vastgelegd in een flamboyant pastel, schreef: ‘Leek ik maar op het portret van Mancini, dan had ik al mijn vijanden hier in Dublin verslagen.’

De Mesdag Collectie

Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) was een fervent verzamelaar van Mancini’s schilderijen, pastels en tekeningen. In 1876 kocht hij bij een Parijse kunsthandel zijn eerste schilderij van de toen pas 24-jarige Napolitaanse kunstenaar, die buiten Italië nog niet veel bekendheid genoot. Dat was Het zieke kind (1875), nog altijd een van de topstukken van De Mesdag Collectie. Het zou de aanzet vormen tot een jarenlange samenwerking. Mancini stuurde Mesdag gedurende twintig jaar lang op bestelling zo’n vijftig schilderijen en ongeveer honderd tekeningen en pastels toe. Die hield Mesdag deels zelf, maar hij organiseerde ook (verkoop)tentoonstellingen. Opmerkelijk genoeg hebben de twee mannen elkaar nooit ontmoet.

Antonio Mancini, ‘Zelfportret met strootje’, ca. 1880, Privécollectie (met dank aan kunsthandel Bottegantica), Milaan

Voor het eerst in Nederland

Tot en met 20 september belicht De Mesdag Collectie in Den Haag het leven en werk van Mancini aan de hand van circa veertig schilderijen, pastels, tekeningen en brieven, waarvan negen werken uit eigen collectie. De tentoonstelling schetst een beeld van Mesdag als Mancini’s Haagse mecenas, van Mancini in zijn eenvoudige atelier in Rome en van de internationale beau monde die Mancini portretteerde in overweldigende buitenhuizen en stadspaleizen.

Werken als Zelfportret met strootje (ca. 1880, privécollectie, met dank aan kunsthandel Bottegantica, Milaan), Markies Del Grillo (1889, The National Gallery, Londen) en Portret van Hugh Lane (1906, Dublin City Gallery The Hugh Lane) zijn voor het eerst in Nederland te zien. Evenals twee van de borden die Mancini in restaurants beschilderde als hij platzak was, bij wijze van betaling.

Bijzondere schenking

Uniek in de tentoonstelling zijn twee brieven van John Jacobson, een jonge Nederlandse kunstenaar die in 1893 enkele maanden bij Mancini in Rome verbleef en hierover aan Hendrik Willem en Sientje Mesdag verslag deed. Hij beschrijft Mancini’s bijzondere manier van werken en zijn temperamentvolle karakter. Beide brieven zijn onlangs geschonken aan het Van Gogh Museum, beheerder van De Mesdag Collectie.

Publicatie

Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie Mesdag & Mancini, geschreven door gastconservator Adrienne Quarles van Ufford. Het boek belicht zowel de kunst van Mancini als zijn turbulente leven. Nederlands-Engelse uitgave, 96 pagina’s, rijk geïllustreerd, € 19,95. Uitgever: Van Gogh Museum. Boekhandelseditie: Waanders Uitgevers, Zwolle. ISBN 978 94 6262 298 2.

Veiligheid bezoekers

De veiligheid van de bezoekers en medewerkers staat voorop in De Mesdag Collectie. Om dit te garanderen zal het museum een beperkt aantal bezoekers per dag ontvangen. Tickets zijn uitsluitend via de website van het museum verkrijgbaar, hierdoor wordt het aantal bezoekers gereguleerd en verspreid over de dag.

Festival G10 van de Economie en Filosofie

Foto door cottonbro op Pexels.com

Op 4 en 5 september opent de G10 van de economie en filosofie plaats in Amsterdam met bijzondere bijdragen van Arnon Grunberg over ‘Battlefield New York’. Het woord economie in de titel* verwijst hierbij naar een tijd dat de Homo Universalis en niet de “expert” hoog in aanzien stond. * Voor meer informatie over het doel van de G10 van de economie en filosofie klik hier.

Yuval Harari is uitgenodigd om een exclusieve rede van ca 1 uur te houden over de kansen op verandering in westerse samenlevingen na Covid 19.

Wat is zo bijzonder aan onze tijd ? Waarom wordt deze zo instabiel door de oprukkende digitalisering en welke mogelijkheden te kiezen hebben we nog om een volledige digitale bewaking te ontkomen. Covid 19 is meer dan een virus: het markeert de overgang naar een nieuwe tijd. Hoe op deze tijd te anticiperen is de vraag die de G10 aan Harari gesteld heeft. 

Na de rede is er een 30 minuten Q and A via Livestream te volgen door in te loggen via de website van de G10.

De G10 brengt vele grote denkers naar Amsterdam en werd  gestimuleerd door de pandemie toegang te verlenen  tot de G10 en  Livestream mogelijk te maken om Live d.w.z. thuis ‘same time’  via een digitale connectie het event te kunnen meemaken.

Waar vindt het Plaats?
Zuiderkerk Amsterdam

Wanneer:
Vrijdag 4 en zaterdag 5 september 

Hoe kan ik het meemaken:
Gelimiteerde kaarten beschikbaar via de website.
Digitale connectie ook via de website vooraf aan te vragen.

Dodenherdenking 4 mei 2020

75 jaar vrijheid
We vieren dat we sindsdien weer in vrijheid leven, in het besef dat we samen verantwoordelijk zijn om vrijheid door te geven aan nieuwe generaties.

4 en 5 mei

Vanwege het coronavirus vindt de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam in aangepaste vorm plaats, zonder publiek. Koning Willem-Alexander en koningin Máxima leggen een krans bij het Nationaal Monument. Minister-president Rutte, burgemeester Halsema van Amsterdam en voorzitter Verbeet van het Nationaal Comité zijn hierbij als enigen aanwezig. Tijdens de herdenking zal Koning Willem-Alexander een toespraak houden.

De Nationale Herdenking wordt live uitgezonden door de NOS.

“We roepen iedereen in Nederland op deze poster voor het raam te hangen, en erover te vertellen. Aan elkaar, en aan de volgende generatie. Want herdenken doen we niet alleen om terug te kijken, maar ook om de herinnering levend te houden en het verhaal iedere keer opnieuw te vertellen”, aldus Eddo Verdoner, initiatiefnemer en voorzitter van het CJO. 

Omdat iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven is de 4 en 5 mei raamposter een mooi initiatief, hier lees je er meer over.

Boekentip:

Boekentip – De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog

Het verhaal van 75 jaar vrijheid en strijd tegen onvrijheid in kaart en beeld

De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog

De omvangrijke Bosatlasfamilie is uitgebreid met De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog verkrijgbaar. Heldere kaarten, gedetailleerde infographics en authentiek fotomateriaal laten de Tweede Wereldoorlog op een nieuwe manier zien. Niet alleen de aanloop en de oorlogsperiode komen aan bod, maar ook de doorwerking in politiek en maatschappij tot op de dag van vandaag. De Bosatlas vertelt hiermee op de eigen kenmerkende wijze het verhaal over 75 jaar vrijheid en strijd tegen onvrijheid. De atlas is tot stand gekomen in samenwerking met Nationaal Comité 4 en 5 mei.

De Tweede Wereldoorlog: historische periode én schakelpunt in een eeuw wereldgeschiedenis
Uniek is het brede perspectief van De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog. Naast het vanuit diverse invalshoeken uitlichten van de vijf oorlogsjaren, laat de atlas ook zien hoe opkomende ideologieën in het interbellum, de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de voedingsbodem leggen voor het grote conflict. En hoe sterk de oorlog ook na 1945 doorwerkt in de wereldpolitiek. Met een herschikking van de politieke wereldkaart, de oprichting van de Verenigde Naties, dekolonisatie-oorlogen, de Koude Oorlog en vredesmissies. Anno nu zijn de effecten nog altijd waarneembaar. De Bosatlas sluit af met een overzicht van vrijheid en onvrijheid in de huidige wereld en toont daarmee aan hoe bijzonder 75 jaar leven in vrijheid in Nederland is.

Grote militaire veldslagen en het leven van alledag
In compacte beeldverhalen brengt de atlas zowel grote militaire veldslagen als het leven van alledag in beeld. Verhalen over de Duitse inval, vervolging, collaboratie, verzet en de bevrijding. Als ook over de oorlog in Nederlands-Indië en de Japanse bezetting. En over vredesmissies, Srebrenica, internationale samenwerking, politieke, economische en individuele (on)vrijheid, herdenken en vieren. 

Een beeldverhaal over de Tweede Wereldoorlog in al zijn facetten
Aandacht is er voor onder een breed publiek bekende onderwerpen, zoals de inname van goederen zoals fietsen en klokken door de bezetter, de talloze restricties die de Joden kregen opgelegd en de naoorlogse berechting van collaborateurs. 

Ook belicht de atlas thema’s die een stuk minder bekend zijn. Om een uitkering te behouden, werkten veel Nederlanders vóór het uitbreken van de oorlog in Duitsland en zag de Duivenbrigade erop toe dat duiven niet langer uitvlogen. Het Kattenburgtransport – waarvan een zeldzaam reisverslag is teruggevonden – geeft een indringend beeld van de deportatie van Joden. De laatste Europese veldslag van de Tweede Wereldoorlog vond plaats op Texel, tussen Georgiërs en Duitsers.

De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog is ontwikkeld in samenwerking met het Nationaal Comité 4 en 5 mei ter gelegenheid van de viering van 75 jaar vrijheid. Het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (vfonds) maakt het mogelijk dat 10.000 exemplaren van de Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog gratis worden verspreid onder alle scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland.

De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog
Verkrijgbaar in de (online) boekhandel voor € 39,95 

Verhalen om nooit te vergeten.
Door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Mabel

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen, 
En herhaal ze honderd malen:
Alle malen zal ik wenen. 

Prinses Mabel.
Beeld: © RVD – Jeroen van der Meyde

Elke keer wanneer ik deze prachtige, laatste regels uit het gedicht Vrede van Leo Vroman lees, realiseer ik me weer hoeveel betekenis verhalen in mijn leven hebben. 

Het begon met de verhalen die mijn vader bij ons thuis aan tafel vertelde als hij terugkwam van de reizen die hij voor zijn werk naar Zuid-Amerika maakte. Ik was zeven, acht jaar oud, een kind nog. Door die verhalen ging ik al vroeg inzien dat er een wereld bestaat die zo volkomen anders is dan het Nederland waarin ik opgroeide: een wereld van armoede, waar je kunt sterven door een gebrek aan voedsel, waar scholen en ziekenhuizen geen vanzelfsprekendheid zijn. De meeste kinderen daar, begreep ik, zullen nooit dezelfde kansen hebben als mijn klasgenootjes en ik. 

Dat maakte een gevoel van onrecht in mij los. Waarom zou je achtergrond of geboorteplaats bepalend zijn voor je mogelijkheden in het leven? Hebben we niet allemaal recht op gelijke kansen? Ik was negen toen mijn vader onverwachts stierf. Maar zijn verhalen over ongelijkheid, armoede en onrecht zal ik mijn hele leven niet meer vergeten. Ze hebben hun stempel gedrukt op de manier waarop ik naar mensen en de wereld kijk, ze liggen ten grondslag aan vele van de keuzes die ik in mijn leven maak. 

Zo zijn mijn vaders verhalen over ongelijkheid en onrecht een belangrijke motivatie voor mijn huidige werk om een wereld zonder kindhuwelijken te bereiken. Ik ontmoet vaak kindbruidjes van dertien of veertien jaar, meisjes die van school zijn gehaald om te trouwen, die baby’s krijgen terwijl hun lichaam daar nog niet klaar voor is, en die vaak slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld. Als mijn dochters toevallig elders in de wereld waren geboren, was dit dan hun lot geweest?, vraag ik me nu, als ouder van twee dochters, af.

Gecompliceerde werkelijkheid
En dan zijn er de verhalen die ik hoorde in New York, toen ik bij de Verenigde Naties stage liep tijdens mijn studie politicologie. Dat was in 1993. In het voormalige Joegoslavië – op zo’n twee uur vliegen van ons land – woedde een oorlog tussen bevolkingsgroepen die decennia lang vreedzaam naast elkaar hadden geleefd. Mensen werden verjaagd, verkracht en vermoord omdat ze tot een ‘andere’ etnische groep behoorden. Sarajevo, de multiculturele hoofdstad van Bosnië, werd belegerd door Servische troepen. Elke dag stierven er onschuldige mensen door kogels en granaten, of simpelweg door gebrek aan medicijnen. Naïef als ik toen nog was, dacht ik dat de Verenigde Naties een einde zouden maken aan geweld en oorlogsmisdaden. We hadden toch de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waaraan alle landen zich ooit gebonden hebben? Werden in die Verklaring niet de fundamentele rechten van ieder mens gewaarborgd, zoals het recht om te leven in vrijheid en veiligheid?

Maar de werkelijkheid bleek stukken gecompliceerder. Vanaf de publieke tribune van de Veiligheidsraad hoorde ik gepassioneerde toespraken over vrede, vrijheid en gerechtigheid. Maar achter die grote woorden gingen vaak tegengestelde visies en belangen schuil. Voor het verwezenlijken van mensenrechten is iets heel anders nodig. Op de tiende herdenking van de Universele Verklaring zei de ‘founding mother’ Eleanor Roosevelt dat mensenrechten in het klein, dicht bij huis beginnen. Daar maken ze daadwerkelijk een verschil. ‘Concerted citizen action’ is hiervoor nodig: gezamenlijke inspanning van iedere burger. Als mensenrechten in ons dagelijks leven geen concrete betekenis hebben, hebben ze ook weinig gewicht elders in de wijde wereld, in de vergaderzalen waar de ‘grote’ beslissingen vallen. 

Mijn ervaringen bij de Verenigde Naties gaven bij mij de doorslag om me in mijn werk te gaan inzetten voor vrede en mensenrechten – want niets doen en, erger nog, niets willen doen, kon en kan ik niet uitstaan. Dat werk bracht me regelmatig in Sarajevo, waar ik met eigen ogen zag hoe gewone burgers, die zich niet konden verdedigen, soms als schietschijf werden gebruikt. Ik sprak slachtoffers van etnische zuiveringen en verkrachtingen en vroeg me vertwijfeld af hoe deze gruwelijke misdaden aan het eind van de 20ste eeuw vlak bij huis mogelijk waren. Er zou, zo hadden we sinds 1945 gezegd, in Europa toch ‘nooit meer oorlog’ zijn? 

Haat bestrijden
Er zijn meer verhalen die ik nooit zal vergeten. Daarvan is dit er één. In juni 2016, enkele dagen voor het Brexit-referendum, werd mijn lieve vriendin Jo Cox vermoord. Zij was moeder van twee jonge kinderen, en sinds een jaar lid van het Britse Lagerhuis. Dit was een politieke moord, uitgerekend in het land van de Bill of Rights, dat vaak als bakermat van de moderne democratie wordt gezien. Tijdens haar eerste speech in het parlement sprak Jo over de grote diversiteit in haar kiesdistrict, met woorden die niet vaak genoeg gehoord kunnen worden: ‘Er is zo veel meer dat ons bindt dan dat ons verdeelt.’ Jo was een levend en inspirerend toonbeeld van tolerantie, een verdedigster van mensenrechten en diversiteit, en een activiste tegen onrecht, discriminatie en haat. De moord was bedoeld om haar stem te smoren, maar het maakte dat miljoenen haar hoorden. 

Ik herinner me een van mijn laatste gesprekken met Jo, op haar gezellige woonboot in de Theems dicht bij Tower Bridge in Londen. We maakten ons zorgen over het toenemende populisme, de verharding van het politieke debat en het opstoken van haat tegen minderheden. Jo constateerde dat gevoelens van angst en onveiligheid, aangewakkerd door opportunisten op zoek naar macht, leidden tot meer agressie op sociale media en groeiende onvrede met de politiek. Ze vreesde dat deze ontwikkelingen uit de hand zouden kunnen lopen. Wij konden toen niet vermoeden dat zij enkele maanden later zelf het slachtoffer zou worden van extremisme en haat.

Familie en vrienden waren vastbesloten om deze politieke moord niet te laten leiden tot nog meer haat, want dat was precies wat de moordenaar met zijn daad beoogde. In de geest van Jo namen wij ons voor deze haat te bestrijden door het mobiliseren van liefde en empathie. In de dagen na haar dood organiseerden we een memorial op Trafalgar Square om Jo te herdenken en haar idealen te laten zegevieren. Sindsdien zijn er ieder jaar talrijke initiatieven in het hele Verenigd Koninkrijk om verschillende gemeenschappen samen te brengen en wederzijds begrip te bevorderen. De activiteiten variëren van theedrinken met eenzame buurtbewoners tot gemeenschappelijke dorpspicknicks en uitwisselingprogramma’s tussen bewoners van kiesdistricten die voor en tegen Brexit hebben gestemd. De gemene deler is het menselijk contact met ‘de ander’ en het stimuleren van empathie. Omdat, zoals Jo het zelf zei, we meer wel dan niet met elkaar gemeen hebben.

Niet vanzelfsprekend
Wat al deze verhalen vertellen, is dat vrede en vrijheid, democratie en mensenrechten, niet vanzelfsprekend zijn. Het kan zomaar anders worden, ook in landen met een oude democratische traditie en een solide rechtsstaat, zoals het Verenigd Koninkrijk. Of in ons eigen land. Denk aan de moorden op Pim Fortuyn, Theo van Gogh en recent Derk Wiersum. Het kan ook hier en nu gebeuren. We weten alleen nooit in welke vorm en uit welke hoek het komt. De Four Freedoms die President Franklin D. Roosevelt in 1941 formuleerde – de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijwaring van gebrek en de vrijwaring van vrees – zijn nog even actueel als tijdens de oorlog en vlak daarna, nu 75 jaar geleden.

In veel landen verhardt het politieke en maatschappelijke klimaat. Verschillen worden uitvergroot en mensen en bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet: Wij tegen Zij. Nationalisten en fundamentalisten van velerlei slag houden ‘de ander’ verantwoordelijk voor hun eigen gevoelens van ontheemding en onzekerheid, en stimuleren angst en haat op basis van identiteit. In hun verhalen wijken feiten voor beelden, en gemeenschappelijke waarden voor sentimenten.

Het voorspelbare gevolg is dat de maatschappelijke scheidslijnen scherper worden, en de samenleving minder tolerant en minder leefbaar. Het brengt ons verder af van de essentie van democratie: het recht op een andere mening, op het anders mogen zijn, op het jezelf kunnen zijn. Want democratie is meer dan: ‘de meerderheid beslist’. Respect voor ieder mens, voor minderheden is essentieel. Behoren we niet allemaal op bepaalde momenten in ons leven tot een minderheid? Het brengt ons ook verder af van waar de rechtsstaat voor staat: gelijke rechten voor iedereen en bescherming door de overheid van wie zwakker staan. Conflicten kunnen alleen worden opgelost als de vaak ongemakkelijke feiten mogen spreken, gemeenschappelijke waarden – zoals tolerantie, goede trouw en redelijkheid – het ijkpunt vormen en de geest van democratie en rechtsstaat gerespecteerd wordt.

Dagelijks onderhoud
Is het vijfenzeventig jaar na de bevrijding van Nederland nog nodig om onze vrijheid ieder jaar opnieuw te vieren? Ja! Onze vrijheid, onze democratie, onze rechtsstaat en onze vrije pers lijken zo normaal, maar zijn dat allerminst. Ze zijn fragiel en vergen daarom dagelijks onderhoud – door ons als collectief en door ieder van ons als individu. 

Het zijn de verhalen van mijn leven die mij hebben bijgebracht dat het behoud van onze vrijheid vereist dat we zelf voortdurend kritisch blijven denken en zelfkritiek niet uit de weg gaan. Niemand heeft de waarheid in pacht. We dienen ons bij alles te blijven afvragen wat de feiten zijn, wat we ergens van vinden, waarom we het ergens wel of niet mee eens zijn. Zo blijven we openstaan voor debat – en zal het nooit een schande zijn om je mening te herzien. 

Het in stand houden van onze vrijheid vergt dat we oog hebben voor onze medemens – ongeacht geslacht, huidskleur, achtergrond of geaardheid. We moeten ons uitspreken tegen intolerantie en haat. Want hoe kun je gelukkig zijn als jouw geluk ten koste gaat van het geluk van anderen? We kunnen alleen met elkaar samenleven als we een ander ook gunnen wat we voor ons zelf willen. Hoe kan een mens werkelijk vrij zijn als de ander dat niet is? Ware vrijheid verbindt. 

Maar waar ik het meest van overtuigd ben, is dat vrijheid niet gebouwd wordt op grote mooie woorden, maar tot stand komt door kleine concrete daden. Daden in ons eigen huis, onze eigen levens. Daden om conflicten – groot of klein – te voorkomen. Daden om onrecht, ongelijkheid en onderdrukking uit te bannen. Daden om je medemens te laten weten dat hij of zij telt – net als jijzelf.

Die daden – groot en klein – vormen de basis voor nieuwe verhalen. Verhalen om met elkaar te delen. Verhalen die ons verbinden.  

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen, 
En herhaal ze honderd malen:
Alle malen zal ik wenen.


Bron: 4 en 5 mei

Op 4 mei herdenken we de oorlogsslachtofferswaarbij rekening wordt gehouden met de maatregelen die nodig zijn om het coronavirus onder controle te krijgen. We herdenken samen in verbondenheid, ieder met zijn eigen herinneringen en gedachten.

Op 5 mei staan we stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog, nu 75 jaar geleden. Dat doen we in het besef dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is. Vrijheid is kwetsbaar en vraagt verantwoordelijkheid van ons allen, juist nu er een beroep op ons wordt gedaan om goed voor elkaar te zorgen. 

'De geniale mislukking van de middeleeuwen' door Raoul Bauer

Verschijnt 12 maart bij Sterck & De Vreese

Historicus Raoul Bauer constateert dat de huidige beschaving haar immense kennis en groot technisch kunnen niet in dienst van, maar eerder ten koste van de mens gebruikt. Hij meent dat aan de basis van de huidige crisis een ontspoorde rationaliteit ligt die zijn oorsprong vindt in het twaalfde-eeuwse conflict tussen geloof en rede. 

Ongetwijfeld is de twaalfde eeuw een van de boeiendste perioden uit de westerse beschavingsgeschiedenis. Het was een tijd vol creatieve vernieuwing. Een periode ook waarin de ontmoeting tussen twee invloedrijke denkers plaatsvond. De geleerde Abelardus benaderde de werkelijkheid rationeel, de mysticus Bernardus van Clairvaux hechtte alleen waarde aan een religieus-intuïtieve kennis. Tussen beide genieën had het tot een vruchtbare dialoog kunnen komen. Het liep evenwel uit op een regelrechte confrontatie.

Abelardus werd weliswaar het zwijgen opgelegd maar zijn rationele zoektocht naar kennis en waarheid bleef overeind: geloof en rede, intuïtie en wetenschap werden voor eeuwen elkaars tegenpolen. Een evenwichtig mens- en wereldbeeld werd hierdoor vernietigd.

Raoul Bauer, historicus en doctor in de letteren, is emeritus hoogleraar cultuurgeschiedenis. Hij publiceerde bij uitgeverij Sterck & De Vreese eerder Karel de Grote en Niet meer blaffen naar de maan.

Raoul Bauer – De geniale mislukking van de middeleeuwen | Sterck & De Vreese | ISBN 978 90 5615 587 2 | paperback,  144 pagina’s | verkoopprijs € 17,50

De geniale mislukkig van de middeleeuwen is een bewerkte versie van een eerder verschenen boek van deze auteur. *  

* NB: een van de eerder verschenen boeken van Raoul Bauer is ‘De Twaalfde eeuw, een breuklijn in onze beschaving’. Dit boek is voor zover ik heb kunnen achterhalen alleen nog tweedehands verkrijgbaar.

BEELDMACHT – KUNST VAN KRITIEK IN TIJDEN VAN TIKTOK

7 maart 2020 T/M 24 MEI 2020
OFFICIËLE OPENING: VRIJDAG 6 MAART 17.30 UUR. 
U BENT VAN HARTE WELKOM!

BEELDMACHT toont werk van twintig internationale, hedendaagse kunstenaars die vraagtekens zetten bij de rol van kunst in een samenleving waarin de macht van het beeld bepalend lijkt.

Ontstaan in de jaren ’60 van de vorige eeuw, een comeback in de jaren ’90 en nu weer helemaal actueel. Het Frans Hals Museum presenteert in drie dynamische tentoonstellingen de stroming waarin kunstenaars de kunstsector en de rol van kunst in de maatschappij onder de loep nemen: institutionele kritiek.

De eerste tentoonstelling BEELDMACHT onderzoekt wat de plaats en betekenis is van kunst in een digitale samenleving die beheerst wordt door beeld. Het resultaat is een actuele internationale groepstentoonstelling van 20 hedendaagse kunstenaars, te zien van 7 maart tot en met 24 mei 2020 in het Haarlemse Frans Hals Museum, locatie Hal. 

Met werken van Andrea Fraser, Sarah Lucas en Tracey Emin uit de collectie van het Frans Hals Museum als vetrekpunt, verkent het drieluik Kunst van Kritiek wat ‘institutionele kritiek’ vandaag de dag is. ‘Institutionele kritiek’ is een kunstbeweging die tot bloei kwam in de late jaren ’60 met kunstenaars als Hans Haacke, Daniel Buren en Michael Asher en opnieuw in de jaren ’90 met kunstenaars als Andrea Fraser en Fred Wilson. De stroming neemt de werking van machthebbende kunstinstituten onder de loep, zoals musea, galeries en kunstbeurzen.

Sarah Lucas, Self Portrait with Fried Eggs, 1996, foto op aquarelpapier, 80 x 60 cm, collectie Frans Hals Museum.
Sarah Lucas, Self Portrait with Fried Eggs, 1996, photo on watercolour paper, 80 x 60 cm, collection Frans Hals Museum.

Directeur van het Frans Hals Museum Ann Demeester: “Institutionele kritiek geeft het publiek meer inzicht in de wijze waarop kunst wordt geproduceerd, getoond en geconsumeerd, wie daar welk belang bij heeft en waarom we bepaalde kunstvormen niet te zien krijgen in musea, galeries en andere instellingen.”

Met het project Kunst van Kritiek, dat bestaat uit drie tentoonstellingen, een publicatie en een publieksprogramma, laat het Frans Hals Museum zien dat de aanpak van deze kunstenaars nog steeds van groot belang is voor de huidige generatie kunstenaars. De culturele sector werd het afgelopen decennium steeds commerciëler en staat onder druk. Tegelijkertijd staat ook het uiten van kritiek op scherp, bijvoorbeeld in de discussies over #metoo, Brexit en het klimaat.

ROL VAN KUNST KRITISCH ONDER DE LOEP 
BEELDMACHT is de eerste van drie tentoonstellingen en presenteert kunstenaars die op een kritische manier de rol van kunst bevragen in het huidige beeld-gedreven tijdperk van sociale media en politieke onrust. De hedendaagse kunstenaars presenteren nieuwe en specifieke manieren om vragen te stellen bij de huidige tijdgeest. Wat heeft kunst bijvoorbeeld te maken met de miljoenen afbeeldingen die dagelijks gepost worden op Instagram? In de laatste jaren heeft digitale technologie niet alleen het dagelijks leven veranderd, maar ook de kunstwereld. Waar musea eerst een strikt anti-fotobeleid hadden, verwelkomen ze nu selfies. Ook museumcollecties die eerder enkel beperkt toegankelijk waren, zijn nu volledig online en gebruikers worden aangemoedigd om zoveel mogelijk te liken en te delen. Worden musea hiermee democratisch, of juist ‘contentfabrieken’ in dienst van sociale media?
In nieuwe social mediaplatformen speelt beeld een dominante rol, van Facebook naar Instagram, via Snapchat naar TikTok.

Hoe verhoudt het kunstveld, traditioneel hét domein voor beeldproductie, zich tot deze platformen? Kunstwerken van Dena Yago (1988, VS), Gina Beavers (1978, Griekeland), FLAME (opgericht in 2010 in Brussel), Jaakko Pallasvuo (1987, Finland)  en Louise Ashcroft (1983, Engeland) brengen belangrijke aspecten van dit nieuwe landschap in kaart en bespreken de rol van kunst daarbinnen.

Veel werken in BEELDMACHT  laten zien dat kunst en haar instituten -de kunstgeschiedenis, kunstenaars en musea- effect hebben buiten de grenzen van de kunstwereld, met gevolgen in de hele maatschappij. Zo verbindt Betty Tompkins de strategieën van de #metoo-beweging aan de kunstgeschiedenis en gebruikt Nora Turato de figuur van klokkenluider als evenbeeld van de kritische kunstenaar.

Betty Tompkins, Women Words (Rubens #3), 2018, acryl op boekpagina, 26 x 20 cm, Courtesy galerie rodolphe janssen and the Artist.
Betty Tompkins, Women Words (Rubens #3), 2018, acrylic on book page, 26 x 20 cm, Courtesy galerie rodolphe janssen and the Artist.

NIEUWE WERKEN EN AANKOPEN
Dena Yago (1988, VS) en Nora Turato (1991, Kroatië) maken beiden nieuw werk dat wordt opgenomen in de vaste collectie van het Frans Hals Museum. Yago maakt een muurschildering die specifiek aansluit op de context van de tentoonstelling. De mural lijkt op eerst gezicht een vrolijk stripverhaal  -de ideale achtergrond voor een museumselfie-  maar de inhoud heeft een venijnige ondertoon. Ara, een orchidee met een menselijk gedaante, is te zien als een verarmde creatieve ZZP’er. Ironisch genoeg is deze economisch onzekere vorm van bestaan grotendeels geïnspireerd op het verdienmodel van de kunstenaar.

Nora Turato’s nieuwe videofilm onthult de plekken van het Frans Hals Museum die de bezoeker normaal gesproken niet ziet: het depot, de opslagfaciliteiten en kantoorruimtes. De film is gebaseerd op de laatste scene in ‘The Laundromat’, een recent verschenen Netflix film waarin Meryl Streep de rol speelt van de klokkenluider die het Panama Paper-schandaal in gang zette. Het videowerk is geschoten in één onafgebroken take en toont Turato die een monoloog houdt terwijl ze zich door de verborgen ruimtes van het museum beweegt. Daarmee de vraag oproepend: lijdt transparantie tot waarheid?

Naast deze aankopen worden nieuwe werken getoond, speciaal gemaakt voor de tentoonstelling door A Maior (Portugal), Louise Ashcroft (1983, Engeland) en Jaakko Pallasvuo (1987, Finland).    

In de winkel van het museum zullen een speciale editie t-shirts van het merk PMS (PMS is een afkorting voor ‘Premenstrual Syndrome’, een project van de kunstenaar Marlie Mul) verkrijgbaar zijn.

KUNSTENAARS
A Maior, Louise Ashcroft, Gina Beavers, Tony Cokes, Tracey Emin, FLAME, Sylvie Fleury, Andrea Fraser, Florence Jung,  Sarah Lucas, Marlon Mullen,  Ima-Abasi Okon, Jaakko Pallasvuo, Heji Shin, Cole Speck, Tenant of Culture, Betty Tompkins, Nora Turato, Christine Wang, Dena Yago

De tentoonstelling is samengesteld door Melanie Bühler, conservator hedendaagse kunst bij het Frans Hals Museum en is onderdeel van het project ‘De Kunst van Kritiek’ dat uit 3 delen, een publieksprogramma en een publicatie bestaat. Onderdeel van de tentoonstelling is een publieksprogramma in samenwerking met de Gerrit Rietveld Akademie Amsterdam en het Goethe-Institut Niederlande.

BEELDMACHT 
Kunst van Kritiek in tijden van TikTok

7 maart t/m 24 mei 2020
Frans Hals Museum – HAL
Grote Markt 16
Haarlem

Gina Beavers, Mona Lisa Nail, 2015, acryl op doek, 61 x 45,7 cm, The Hott Collection, New York, foto: Jeff McLane.
Gina Beavers, Mona Lisa Nail, 2015, acrylic on canvas, 61 x 45,7 cm, The Hott Collection, New York, photo: Jeff McLane

Meesterwerken uit Wenen

Meesterwerken uit Wenen vinden hun weg terug naar Nederland

Astrid Lehner van de Akademie der bildenden Künste uit Wenen controleert in Het Noordbrabants Museum het ‘Zelfportret op 15-jarige leeftijd’ van Anthony van Dyck, kort voordat het werk wordt opgehangen in de tentoonstelling ‘Meesterwerken uit Wenen’.
Foto Jan-Kees Steenman

Groot aantal Vlaamse en Hollandse meesterwerken uit de Weense Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste in Het Noordbrabants Museum – van 8 februari tot en met 1 juni 2020

Zaterdag 8 februari 2020 opende in Het Noordbrabants Museum de tentoonstelling Meesterwerken uit Wenen. Vlaamse en Hollandse meesters uit de Gemäldegalerie en het Kupferstichkabinett van de Akademie der bildenden Künste Wien. Het betreft een uitzonderlijke selectie 17de-eeuwse schilderijen en tekeningen uit de relatief onbekende verzameling van de Weense kunstacademie.

De expositie omvat een groot aantal werken van Vlaamse en Hollandse meesters, waaronder Peter Paul Rubens, Anthony van Dyck, Rembrandt van Rijn en Melchior d’Hondecoeter. Het is de eerste keer dat een selectie van deze omvang op Nederlandse bodem wordt gepresenteerd en dat de bijzondere ontstaansgeschiedenis van deze rijke collectie wordt verteld.

Meesterwerken uit Wenen toont meerdere iconen uit de vaste presentatie van de Weense collectie, waaronder Rubens’ grootschalige Bacchanaal met de dronken Silenus, het vroegste zelfportret van Anthony van Dyck en Rembrandts Portret van een jonge vrouw. Daarnaast zijn een groot aantal portretten, landschappen en stillevens te zien van onder meer Adriaen Brouwer, Pieter Codde, Melchior d‘Hondecoeter, Jacob Jordaens, Rachel Ruysch en David Teniers II.

Educatieve functie
Er waren in Europa oorspronkelijk verschillende kunstacademies met kunstcollecties van grote naam en faam. Deze werden niet zozeer bijeengebracht om aan het publiek te tonen, maar om studenten in staat te stellen om binnen de muren van de kunstopleiding de meesterwerken te bestuderen en na te tekenen. Eind 19de, begin 20ste eeuw werden de banden met de kunstopleidingen echter veelal verbroken en werden de meeste van deze collecties ondergebracht in musea. De collectie van de Weense kunstacademie – waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1692 – behoort echter nog steeds toe aan de universiteit en bevindt zich nog altijd binnen de muren van het monumentale academiegebouw aan de Schillerplatz. Hier heeft de collectie tot op de dag van vandaag zowel een educatieve als een museale functie.

Kunstacademie en museum
In 1822 liet graaf Lamberg-Sprinzenstein de Weense kunstacademie een indrukwekkend legaat na. Het bestond uit ongeveer 800 schilderijen van meesters als Rubens, Van Dyck, Guardi en Rembrandt. Aan deze nalatenschap verbond hij echter één voorwaarde. De Akademie moest de gift tonen aan het publiek. Zo ontstond de Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste Wien: een universiteitsmuseum met een topcollectie.

Tekenen op zaal
De Weense collectie is oorspronkelijk bijeengebracht zodat studenten dit konden natekenen. Ook nu is  ‘tekenen op zaal’ een onderdeel van de tentoonstelling. In verschillende tentoonstellingszalen kan het publiek zelf het potlood oppakken en ervaren hoe het voor de studenten gevoeld moet hebben om werken van de grote meesters na te tekenen.

Onbekende topcollectie
Na de Roemeense Brukenthalcollectie in 2016 is Het Noordbrabants Museum er wederom in geslaagd een betrekkelijk onbekende collectie Vlaamse en Hollandse meesterwerken naar Nederland te halen. Dat het museum deze collectie kan tonen, is het gevolg van een ingrijpende renovatie van de Akademie in Wenen.  

Eind 2020, begin 2021 is de collectie weer op zijn originele plaats te bewonderen. Tot die tijd wil Het Noordbrabants Museum met deze tentoonstelling bijdragen aan de bekendheid van, en waardering voor, de collectie bij het Nederlandse en Vlaamse publiek. Meesterwerken uit Wenen is te zien van 8 februari tot en met 1 juni 2020. 

Foto’s van boven naar beneden:
Jan-Kees Steenman: In Het Noordbrabants Museum
Anthony van Dyck: Zelfportret op 15-jarige leeftijd – ca 1615
Rembrandt van Rijn: Portret van een jonge vrouw 1632
Peter Paul Rubens: Bacchanaal met de dronken Silenus 1611-1615

KONING OPENT MUSEUM DE LAKENHAL IN LEIDEN

Woensdag 19 juni 2019 heeft Zijne Majesteit de Koning het vernieuwde Museum De Lakenhal in Leiden geopend. Het museum opende op 20 juni om 10:00 uur haar deuren voor het publiek na een sluiting van ruim 2 jaar. Gedurende die sluiting is het museum grondig gerestaureerd en uitgebreid.

Koning opent Museum De Lakenhal in Leiden (foto: Jorrit Lousberg)

Voor de openingshandeling door de Koning schreef het museum een sleutel-ontwerpwedstrijd uit voor basisschoolleerlingen in Leiden. Maar liefst 17 scholen deden mee aan de wedstrijd. Het winnende ontwerp en diens ontwerpers speelden een prominente rol in de opening. De sleutel voorzien van het winnende ontwerp werd samengevoegd met een tweede sleutel, waarmee zich het symbool van de stad ontvouwde en het museum symbolisch werd geopend. De drie winnaars uit groep 7 van basisschool De Arcade verrichtten samen met de Koning deze openingshandeling.

Tijdens de daarop volgende rondleiding nam de Koning kennis van het topstuk ‘Het Laatste Oordeel’ van Lucas van Leyden, de collectiepresentatie Het Beleg en Ontzet van Leiden en kreeg hij het Nieuw Leids Laken te zien, dat door vijf hedendaagse ontwerpers en kunstenaars is ontwikkeld op basis van oude Leidse ambachten en nieuwe technieken. Ook bracht hij een bezoek aan het nieuwe educatie-atelier waar de klas van de ontwerpers een workshop volgden.

Koning Willem-Alexander krijgt toelichting bij ‘Het Laatste Oordeel’ door conservator Christiaan Vogelaar en directeur Meta Knol (foto: Jorrit Lousberg)

Dankzij de restauratie en uitbreiding is balans tussen verschillende tijdlagen, volgens het principe ‘eenheid in verscheidenheid’, opnieuw ontstaan. In het prachtig gerestaureerde museumcomplex is een rijke keuze uit de collectie beeldende kunst, kunstnijverheid en geschiedenis te zien aan de hand van zeven kernverhalen. Tien hedendaagse kunstenaars en vormgevers kregen de opdracht om in het kader van de restauratie en uitbreiding een bijzondere toevoeging te doen in het gebouw. In de nieuwe tentoonstellingszalen zijn ruimtelijke stillevens van de Belgische fotografe Karin Borghouts te zien en werk van beeldend kunstenaar Marjan Teeuwen.

Museum De Lakenhal wil zoveel mogelijk verschillende mensen met nieuwe ogen naar het Leidse verleden laten kijken. Museum De Lakenhal is een inclusief, gastvrij museum waar iedereen welkom is, ongeacht leeftijd, culturele of maatschappelijke achtergrond of beperking.

Tijdens een bruisend openingsfestival van 20 tot en met 23 juni is het museum gratis toegankelijk, met een speciaal programma vol Leidse verrassingen. Bekijk het volledige programma.

Pop-up tentoonstelling ‘Alle Einsteins’ in Rijksmuseum Boerhaave

Pop-up tentoonstelling ‘Alle Einsteins’ in Rijksmuseum Boerhaave

Op 29 mei 1919, werd Einsteins Algemene Relativiteitstheorie voor de eerste keer bevestigd. De foto van een zwart gat bevestigde Einsteins voorspelling vorige maand opnieuw. Naar aanleiding van deze twee gebeurtenissen presenteert Rijksmuseum Boerhaave voor het eerst de gehele verzameling handgeschreven brieven en documenten van Einstein bij elkaar. Ze verbinden het verleden met het heden en tonen het genie achter de Algemene Relativiteitstheorie, en zijn bijzondere band met Leiden en Nederland.

Robbert Dijkgraaf

Een van de originele brieven van Einstein die zich in de collectie van Rijksmuseum Boerhaave bevindt, is op verzoek van oud-museumdirecteur Maria Rooseboom door Einstein geschreven vanuit het Institute for Advanced Study in Princeton. Rooseboom vroeg Einstein om zijn herinneringen aan de wereldbefaamde Nederlandse natuurkundige Hendrik Antoon Lorentz op schrift te stellen ter ere van zijn 100ste geboortedag. Vanwege het bijzondere feit dat Robbert Dijkgraaf nu huist in werkkamer van Einstein in Princeton, vroeg de huidige museumdirecteur Amito Haarhuis hem om te reflecteren op de samenkomst van het 100-jarige jubileum en de revolutionaire foto van een zwart gat, en hoe beide gebeurtenissen een verificatie zijn voor de Algemene Relativiteitstheorie van Einstein. Eerder noemde Dijkgraaf de samenkomst van deze gebeurtenissen een ‘kosmische coïncidentie’.

Telegram van Hendrik Lorentz aan Albert Einstein, 22-09-1919

Telegram uit 1919

Topstuk in de pop-up tentoonstelling is het telegram van 22 september 1919 van Lorentz aan Einstein. Hiermee bracht hij Einstein op de hoogte dat zijn voorspelling klopte. Eén van de voorspellingen van de Algemene Relativiteitstheorie is het afbuigen van lichtstralen die langs de zon scheren. Tijdens de zonsverduistering van 29 mei 1919 wist een Britse eclips-expeditie onder aanvoering van Arthur Eddington de afbuiging te meten. Dit was de eerste waarneming die Einsteins voorspelling bevestigde. Zo kort na de Eerste Wereldoorlog was er echter geen rechtstreeks telegraafverkeer mogelijk tussen Eddington en Einstein. Daarom trad Lorentz op als contactpersoon tussen de Engelse en Duitse geleerden. Einstein schreef op de achterkant van het telegram een kladje voor zijn telegrafische antwoord: “Hartelijk dank U en Eddington. Groeten Einstein.”

Afbeelding: Telegram van Hendrik Lorentz aan Albert Einstein, 22-09-1919

Overige stukken in de tentoonstelling zijn handgeschreven correspondentie van Einstein aan wetenschappers in Nederland, waaronder Lorentz, Kamerlingh Onnes en Ehrenfest. Ook zijn er brieven aan Tatyana Afanassjewa, Adriaan Fokker, Jules Verschaffelt, August Vermeylen, Eli Bromli en Constant Delprat.

Afbeelding: Albert Einstein met Hendrik Lorentz, 1921

De pop-up tentoonstelling is van 30 mei tot en met 27 oktober 2019 te bezichtigen in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden.

Afbeelding: Envelop brief Albert Einstein aan weduwe Heike Kamerlingh Onnes, 25-02-1926

RIJKSMUSEUM BOERHAAVE WINT EUROPEAN MUSEUM OF THE YEAR AWARD 2019

Directeur Amito Haarhuis neemt de Museum of the Year Award 2019 in ontvangst

Rijksmuseum Boerhaave is zaterdagavond uitgeroepen tot European Museum of the Year. Dit is de oudste en meest prestigieuze museumprijs in Europa. De internationale jury roemt het geheel vernieuwde wetenschapsmuseum in Leiden: “The exceptional public quality of this museum results from its artful approach to communicating science. Important and beautiful objects are interpreted using the latest technologies and the personal stories of those driven by a passion for the pursuit of knowledge. The result is science with a human face, inspiring curiosity and amazement as well as engaging a wide public in debates on important scientific and ethical questions issues of our time.”

Directeur Amito Haarhuis nam de prijs in ontvangst tijdens EMYA 2019 in Sarajevo. “Dit is een groot compliment. Bezoekers laten ons al dagelijks merken dat ze het vernieuwde museum enorm waarderen; iets waar we ongelooflijk trots op zijn. Ook ontvangen we veel collega-musea die inspiratie bij ons opdoen voor vernieuwingen in hun museum. Deze prijs is echt de kers op de taart.”

De prijs werd uitgereikt door het European Museum Forum, dat onder de Raad van Europa valt en de prijs al sinds 1977 uitreikt. Jaarlijks beloont de jury innovatieve ontwikkelingen die de publieke kwaliteit verhogen en een grote invloed kunnen hebben op het nationale en internationale vlak. Dit jaar waren er 40 genomineerde musea. De laatste Nederlandse winnaar was het Rijksmuseum in 2015. Afbeelding: Anatomisch Theater, Rijksmuseum Boerhaave

Prijswinnende vernieuwingen Rijksmuseum Boerhaave onderging een grondige renovatie en greep die gelegenheid aan om het opnieuw in te richten. De presentatie van de vaste collectie is nu op de eerste verdieping en de tijdelijke tentoonstellingen op de begane grond. Ook is er een nieuwe museumwinkel, museumcafé en zalen voor lezingen en evenementen. Afbeelding: Grote vragen, Rijksmuseum Boerhaave. Foto Mike Bink

De presentatie van de vaste collectie kreeg een complete make-over. Het is nog net zo esthetisch als voorheen, maar is nu gericht op een breder publiek. De voormalige chronologische opzet heeft plaatsgemaakt voor een heldere indeling in vijf thema’s; ieder met een eigen sfeer: Gouden Eeuw, Ziekte & Gezondheid, Machtige Verzamelingen (over de verlichting), Water, Elektriciteit & Data (over technologie) en Grote Vragen (over moderne wetenschap). Afbeelding: Ziekte en Gezondheid, Rijksmuseum Boerhaave. Foto Mike Bink

De wereldberoemde objecten zijn verrijkt met films, animaties, replica’s die de bezoeker mag aanraken, digitale magazines met additionele informatie, verhalen van patiënten en educatieve games. Op die manier komt de rijkdom aan verhalen achter de collectie tot leven en wordt het verleden verbonden met het heden en de toekomst. Afbeelding: Arm van Vesalius, Rijksmuseum Boerhaave. Foto Fred Ernst

“Net als wetenschappers zijn wij ongelooflijk gepassioneerd met ons werk bezig. We hebben een unieke collectie en door het vertellen van de verhalen achter de objecten en achter de wetenschappers leggen we de verbinding met het leven van de bezoekers.“, aldus directeur Amito Haarhuis. Afbeelding: Machtige Verzamelingen, Rijksmuseum Boerhaave. Foto Mike Bink

Van Goghs intimi

Zet alvast in je agenda, deze (voor mij in ieder geval) must see tentoonstelling!

Het Noordbrabants Museum organiseert van 21 september 2019 tot en met 12 januari 2020 Van Goghs intimi. Vrienden, familie, modellen. Deze grote internationale tentoonstelling belicht de personen die een belangrijke rol speelden in zowel het leven als het werk van Vincent van Gogh (1853-1890). Aan de hand van circa 90 schilderijen, tekeningen, brieven en documenten maakt de bezoeker uitgebreid kennis met deze ‘intimi’. Niet eerder is dit onderwerp zo uitvoerig belicht. Met Van Goghs intimi ontkracht het museum het gangbare beeld van de getormenteerde, eenzame kunstenaar en laat het zien dat Van Gogh ondanks zijn vaak moeizame relaties door zijn vrienden en familie zeer werd gewaardeerd als mens en als kunstenaar. De tentoonstelling is samengesteld door Sjraar van Heugten, voormalig hoofd Collecties van het Van Gogh Museum en zelfstandig tentoonstellingsmaker.

L’Arlésienne (Madame Ginoux)
Vincent van Gogh
februari 1890, olieverf op doek, 60 x 50 cm. Galleria Nazionale d’Arte Moderna e Contemporanea, Rome. Met toestemming van Ministero per I Beni e delle Attività Culturali

Mens achter de kunstenaar

Vincent van Gogh was een gepassioneerd man, die soms complexe verhoudingen had met familie, vrienden en collega-kunstenaars. Zijn relaties waren in enkele gevallen hecht en langdurig, maar hij wist met zijn uitgesproken karakter ook mensen van zich te vervreemden. In de tentoonstelling komen de belangrijkste personen in Van Goghs leven in ruwweg chronologische volgorde aan bod, van zijn jaren in Brabant en Den Haag, de periodes in Parijs en Zuid-Frankrijk tot aan zijn dood in Auvers-sur-Oise op 29 juli 1890. Zijn gezinsleven en familie, zijn vriendschappen met kunstenaars als Anthon van Rappard, Anton Mauve, Emile Bernard, Paul Gauguin, Henri de Toulouse-Lautrec en Paul Signac, maar ook zijn liefdesrelaties worden belicht. De bezoeker leert de kunstenaar beter kennen via schilderijen en tekeningen die hij van zijn vrienden, familie en modellen maakte en via de (zelf)portretten uit zijn kring van intimi, maar ook via vaak hele persoonlijke documenten zoals brieven en schetsboekjes. Gezamenlijk geven deze inzage in de mens achter de kunstenaar.

La berceuse (Madame Roulin)
Vincent van Gogh
1889, olieverf op doek, 92,7 x 73,8 cm. The Art Institute of Chicago, Helen Birch Bartlett Memorial Collection

Niet eerder getoonde bruiklenen en topstukken

De kunstwerken komen onder meer uit Nederlandse collecties (waaronder het Van Gogh Museum en het Kröller-Müller Museum), aangevuld met bijzondere bruiklenen uit het buitenland. De expositie bevat ook werk en documenten uit particulier bezit. Daarnaast brengt de tentoonstelling veel bijzondere documenten bijeen waarvan het bestaan bij het grote publiek vrijwel onbekend is: een schetsboekje voor Matthijs Maris, niet eerder getoonde schetsboekjes van Van Gogh voor Betsy Tersteeg, de dochter van kunsthandelaar H.G. Tersteeg in Den Haag, maar ook een zelden eerder getoonde brief van Vincent aan Paul Signac uit particulier bezit en zes zelden getoonde condoleancebrieven aan Theo van Gogh van onder meer Camille Pissarro, Henri de Toulouse-Lautrec en Paul Gauguin. Tot de absolute topstukken behoren het Stilleven met bijbel uit 1885 uit het Van Gogh Museum (Vincent van Gogh Stichting), La Berceuse (Madame Roulin) uit 1889 uit The Art Institute of Chicago en L’Arlésienne (Madame Ginoux) uit 1890 uit de Galleria Nazionale d’Arte Moderna e Contemporanea in Rome.

Stilleven met strohoed
Vincent van Gogh
eind november-half december 1881, olieverf op papier op doek, 36,5 x 53,6 cm. Kröller-Müller Museum, Otterlo

Speciale aandacht voor Theo van Gogh

Theo van Gogh (1857-1891), zonder enige twijfel de belangrijkste persoon in Van Goghs leven, krijgt in de tentoonstelling extra aandacht. Niemand kende Vincent beter dan zijn broer Theo, die hem in een brief aan zus Willemien (Parijs, 14 maart 1887) als volgt typeerde: ‘Het is alsof er in hem twee mensen zijn, de een merveilleus beschaafd, fijn en zacht en de ander eigenlievend en hardvochtig.’ De vriendschap tussen de broers en hun gezamenlijke liefde voor kunst en literatuur wordt onder meer belicht met het schilderij Portret van Theo van Gogh uit 1887, een poëzieboekje van Vincent voor Theo uit 1874-1875 en een boek met 42 ingeplakte prenten van vermoedelijk Theo van Gogh, alle uit het Van Gogh Museum. Het poëzieboekje in het bijzonder geeft een ontroerend beeld van de broederliefde.

Zelfportret
Anton Mauve
ca. 1884-1888, olieverf op doek, 65 x 43 cm. Gemeentemuseum Den Haag, Schenking Vrienden van het Gemeentemuseum Den Haag

Catalogus

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus in samenwerking met WBOOKS, met
een omvangrijk artikel door gastconservator Sjraar van Heugten en een essay van Helewise Berger
(conservator 19de– en begin 20ste-eeuwse kunst van Het Noordbrabants Museum). Nederlands en Engels, 240 pagina’s, ca. 200 kleurillustraties, paperback, NL/ISBN 978 94 625 8338 2, € 24,95.

Mede mogelijk gemaakt door

De tentoonstelling
 Van Goghs intimi wordt mede mogelijk gemaakt door Cultuurfonds Landelijk
Onderscheidend van de gemeente ‘s-Hertogenbosch, Rabobank ‘s-Hertogenbosch en Omstreken, Turing Foundation, Stichting Zabawas, Stichting Leye Fonds, Coovels Smits Stichting en 
Stichting N. van Ballegooijen Fonds.

Stilleven met bijbel, Vincent van Gogh
1885, olieverf op doek, 65,7 x 78,5 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Van Gogh in Brabant

Vincent van Gogh werd in 1853 geboren in Brabant, in het zuiden van Nederland. Daar ligt de oorsprong van zijn uitzonderlijke talent en eigenzinnige karakter. De Brabantse locaties waar Van Gogh heeft gewoond en gewerkt, hebben hun krachten gebundeld onder de naam Van Gogh Brabant. Drie heritage centres, 39 Van Gogh Monumenten en de collectie originele werken in Het Noordbrabants Museum vertellen zijn levensreis. Bezoekers leren Vincent van dichtbij kennen: van zijn kindertijd in Zundert, tot de start van zijn carrière in Etten, van zijn tekenlessen in Tilburg tot zijn eerste meesterwerken in Nuenen.