4 REALISTEN | DE SERENE BLIK

4 REALISTEN | DE SERENE BLIK
FLORIS VERSTER | JAN MANKES | DICK KET | HENK HELMANTEL

4 REALISTEN, voortzetters van een grote Hollandse kunsttraditie. Floris Verster, Jan Mankes, Dick Ket en Henk Helmantel creëren alle vier een eigen atmosferische werkelijkheid. Een wereld van serene roerloosheid en verstilling. Opeenvolgend hebben Verster, Mankes, Ket en Helmantel elkaar beïnvloed. Maar in de kern zijn het eenlingen met een geheel eigen signatuur, niet te harnassen in een stroming. Traditie en eigenheid, is er sprake van een krachtmeting? Met het verleden en met elkaar. Deze vier realisten dirigeren onze blik – hoe dan ook – naar een bijna mysterieuze wereld waarin zij het gewone, het alledaagse, uittillen boven de werkelijkheid. Met ruim 120 stillevens, landschappen en portretten omspant de tentoonstelling De serene blik meer dan een eeuw realisme van topniveau.  

Dick Ket, Zelfportret met baret, 1933, Museum Arnhem

Dick Ket, Zelfportret met baret, 1933, Museum Arnhem

 

Te zien in Museum MORE in Gorssel 4 feb t/m 13 mei 2018

Met deze grote tentoonstelling brengt Museum MORE een unieke hoeveelheid werken van hoge kwaliteit bijeen, met dank aan vele musea en (particuliere) bruikleengevers. Floris Verster (18611927), Jan Mankes (1889-1920), Dick Ket (1902-1940) en Henk Helmantel (1945) worden vaak in één adem genoemd, maar zijn nooit eerder gezamenlijk te zien geweest. Op welke manier zetten zij onze vaderlandse genre-tradities voort? Waarin verschillen ze duidelijk van hun voorgangers, en van elkaar? Wat is hun geheim?

Dick Ket, Stilleven met bootplaat, 1931, Museum Arnhem, particuliere bruikleen

Dick Ket, Stilleven met bootplaat, 1931, Museum Arnhem, particuliere bruikleen

Voortbouwend op eeuwenoude tradities, is toch vaak in één oogopslag te zien dat deze  kunstenaars geen fantasieloze navolgers zijn. Hun wortels liggen ontegenzeggelijk in de 20ste eeuw al kiezen ze voor schijnbaar tijdloze genres, zoals stillevens, landschappen en portretten. Hun techniek en bedoeling zijn anders dan die van hun 17de -eeuwse voorgangers. Overdreven gezegd, waar de ‘glamourboys’ van de Gouden Eeuw hun stillevens laten ‘shinen’, kiezen hun 20ste-eeuwse collega’s voor soberheid. Om in muziektermen te spreken: het zijn bravoure-rappers versus ingetogen singersongwriters. Het effect op de kijker is navenant. Verster, Mankes, Ket en Helmantel pronken niet maar tonen ‘nederige’ dingen met een ‘stilgehouden hartstocht’.

En er is nog iets meer aan de hand. Iets dat nauwelijks onder woorden te brengen valt. In zekere zin creëren ze alle vier een mysterie. Hun werken lijken haast altaarstukken in een kerk zonder religie. De afbeelding van een ding, een landschap of een mens krijgt een subjectief geladen ziel en geest mee. En een suggestie van verstilling. Verster, Mankes en Ket zijn geliefd bij een breed publiek vanwege die tastbare, sfeergevoelige weergave van de wereld om hen heen. Tegelijkertijd zijn ze eenlingen met een geheel eigen signatuur, niet te harnassen in een stijl of stroming.

Henk Helmantel, Stilleven met kaas en eieren, 1987, Collectie Museum MORE

Henk Helmantel, Stilleven met kaas en eieren, 1987, Collectie Museum MORE | ©ArtRevisited, Tolbert

Henk Helmantel, de vierde kunstenaar, is een hedendaagse bewonderaar en verzamelaar van deze drie klinkende namen en ook verwant aan hen. Onlangs vierde Helmantel zijn 50-jarige kunstenaarschap, een mijlpaal die mede markeert hoe naoorlogse kunstcritici nog steeds worstelen met de status van figuratieve kunst. Met het idee van ‘traditioneel realisme’. Helmantels werk heeft altijd tegenstrijdige reacties uitgelokt. Hij wordt bewonderd, genegeerd of verguisd. Vandaar dat de aanwezigheid van Helmantels werken de tentoonstelling extra spannend maakt. Het is zeker ook een krachtenmeting. Hoe goed en realistisch zijn Verster, Mankes, Ket en Helmantel nu eigenlijk in hun beste werk? En hoe houden ze het uit in elkaars gezelschap?  Daarbij is het uiteraard voor liefhebbers van hun oeuvre een gedroomde tentoonstelling. Deze vier realisten dirigeren onze blik – hoe dan ook – naar een bijna mysterieuze wereld waarin zij het gewone, het alledaagse, uittillen boven de werkelijkheid.

Floris Verster, Soyakruik en inmaakflessen, 1910, Kröller-Müller Museum

Floris Verster, Soyakruik en inmaakflessen, 1910, Kröller-Müller Museum

Floris Verster (1861-1927) mag beschouwd worden als de eerste die het moderne stilleven in de Nederlandse kunst introduceerde. Verster vierde aanvankelijk avant-garde successen met kolossale, flamboyante bloemstukken en hing als jonge schilder in Brussel tussen toonaangevende kunstenaars als Georges Seurat en Paul Gauguin. Ook toen hij later – tot ieders verbazing – tegen de stroom in geconcentreerde, nauwkeurige stillevens ging maken, kon hij blijven rekenen op waardering.  Onder anderen kunstmecenas Helene Kröller-Müller was groot bewonderaar van Verster. “Bedwongen drift is ook een drift”, zo vatte de dichter Albert Verweij, hartsvriend van Verster, de ogenschijnlijke tegenstelling in diens oeuvre samen.

Jan Mankes, Vrouw voor haar huis, 1914, Rijksmuseum Amsterdam

Jan Mankes, Vrouw voor haar huis, 1914, Rijksmuseum Amsterdam

Jan Mankes (1889-1920), door kunstenaar/schrijver Richard Roland Holst gedoopt tot “Hollands meest verstilde schilder”. Eigenlijk zijn alle schilderijen van Mankes stillevens, ook (zelf)portretten en dierstukken. Geïnspireerd door Holbein, Vermeer maar ook Verster maakte Mankes ingetogen, bescheiden werken die nog altijd intrigeren. De roerloze, haast doorschijnende afbeeldingen roepen een dromerige atmosfeer op. Ondanks zijn vroege dood is de reputatie van Mankes als een van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars van de 20ste eeuw alleen maar gegroeid.

Dick Ket, Sint Nicolaas stilleven, 1933, Museum Arnhem.jpg

Dick Ket, Sint Nicolaas stilleven, 1933, Museum Arnhem

Dick Ket (1902-1940) ‘Ik heb de pest aan die stillevens, aan die portretstudies, die een verzamelde bende “mooie” dingen zijn’, aldus Ket. Die uiterst eigenzinnige houding is goed terug te zien in zijn eigen stillevens en (zelf)portretten. Ket vond zijn begaafde 17de-eeuws voorgangers knappe vaklieden, maar ‘oervervelend’. Tegelijkertijd ging hij toch een krachtmeting met ze aan. In zijn beroemde neorealistische werken kiest hij voor een bevreemdend perspectief, van schuin bovenaf. In combinatie met kubistische vlakverdelingen is een werk van Ket meteen te herkennen als een typische Ket.

Henk Helmantel, Romaans venster in noordmuur vd kerk van Marsum, 1995, ©Art Revisited, Tolbert.jpg

Henk Helmantel, Romaans venster in noordmuur vd kerk van Marsum, 1995, ©Art Revisited, Tolbert | ©ArtRevisited, Tolbert

Henk Helmantel (1945) schilder van vooral stillevens en sobere kerkinterieurs, die verwantschap vertonen met Saenredam-klassiekers. Compositie en lichtval spelen een grote rol in zijn werk. Idealisering, vervolmaking, en misschien ook devotie, zijn naast technische beheersing doel van Helmantel als kunstenaar. Zijn voorstellingen verlokken en verleiden niet, maar worden gekenmerkt door een ‘architectonische’ ordening. “Ik wijs mensen op de schoonheid van eenvoudige dingen.”

PUBLICATIE

Bij de tentoonstelling geeft WBooks ook een speciale publicatie uit. Auteurs zijn Jeroen Stumpel, Frank van de Schoor, Jan Jaap Heij, Ype Koopmans en Marieke Jooren.

BRUIKLENEN

Met meer dan 120 werken, afkomstig uit de collectie van MORE, bruiklenen van particulieren, ING Kunstcollectie en musea zoals Rijksmuseum Amsterdam, Stedelijk Museum Amsterdam,

Haags Gemeentemuseum, Kröller-Müller Museum, Museum Belvédère, Museum Arnhem,

Museum Gouda, Dordrechts Museum, Fries Museum, Museum Voorlinden, Museum Singer Laren, Museum de Lakenhal, Centraal Museum, Museum Boijmans van Beuningen en het Van Gogh Museum.

Kunst ontmoet wetenschap

Van 30 maart t/m 1 juli 2018 is de tentoonstelling Fixed Flow van kunstenaar Sjoerd Knibbeler te zien in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

In opdracht van Het Scheepvaartmuseum realiseert Knibbeler Fixed Flow, een artistiek experiment geïnspireerd op in de scheepsbouw toegepaste wetenschappelijke methodes om de zeewaardigheid van nieuwe schepen te testen: sleepproeven met scheepsmodellen. Knibbeler reflecteert met dit project op de tijdelijke tentoonstelling Gamechangers | Maritieme innovaties. Fixed Flow is een installatie met fotogrammen, een waterbassin, scheepsmodellen en een documentairefilm.

In het kielzog van een pionier

Fixed Flow treedt in dialoog met het in Gamechangers getoonde onderwerp rondom de sleepproeven van scheepsbouwkundig ingenieur Bruno Johannes Tideman (1834-1883). Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne scheepsbouw in Nederland. Tideman was in de jaren 1870 de eerste die wetenschappelijke experimenten met schaalmodellen uitvoerde om het benodigde machinevermogen voor stoomschepen bij verschillende snelheden te bepalen. Dat de resultaten van wetenschappelijk onderzoek in de scheepsbouw werden toegepast, was toen nieuw in Nederland. Tegenwoordig worden deze tests op grote schaal uitgevoerd bij kennisinstituut MARIN.

7678

Test-fotogram 1 detail van een drijvend papieren scheepje in een waterbassin, Sjoerd Knibbeler, 2018.

Pionierstechniek: het fotogram

Knibbeler maakt gebruik van een techniek uit de pionierstijd van de fotografie: het fotogram. Dit is een directe afdruk op lichtgevoelig papier, zonder tussenkomst van een camera. De fotogrammen in de tentoonstelling van 300×127 cm zijn het resultaat van de sleepbeweging van scheepsmodellen in een waterbassin in een donkere ruimte. De ruimte is tijdens het proces kortstondig verlicht, waardoor er op het papier onder het glazen waterbassin, een silhouetafdruk van het scheepsmodel en de scheepsgolf verschijnt. Het is een momentopname van de stroming van het scheepsmodel in het water; een fixed flow.

Kruisbestuiving

De scheepsmodellen waarmee Knibbeler zijn artistieke experiment vormgeeft, zijn niet zomaar scheepsmodellen, maar digitale ontwerpen van studenten Maritieme Techniek aan de Technische Universiteit Delft. De modellen zijn van uiteenlopende scheepstypen – van containerschip tot trimaran – ieder met hun eigen Fixed Flow. Om de bezoeker mee te nemen in de wereld van het ontwerpen en testen van scheepsmodellen, is in de tentoonstelling een korte documentairefilm te zien. Fixed Flow is een kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap. Fixed Flow is een kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap: in het meest recente werk van Sjoerd Knibbeler leiden experiment en dialoog opnieuw tot een verbluffend resultaat.

Sjoerd Knibbeler

Sjoerd Knibbeler (1981) woont en werkt in Amsterdam. Zijn werk richt zich op het visualiseren van onzichtbare natuurverschijnselen zoals wind, de beweging van lucht en water en klimatologische omstandigheden. Knibbeler creëert een wereld die zijn eigen logica volgt, waarin associatieve relaties en verbeeldingskracht een sleutelrol spelen. Knibbeler laat zich inspireren door onderwerpen als vliegen, vliegtuigen, aerodynamica, varen, schepen en klimatologische omstandigheden. Hij won de Grand Prix du Jury op het 30e Hyères International mode- en fotografiefestival, exposeerde zijn werk onder andere in Foam Amsterdam, Unseen Photo Fair en Espace Images, Vevey, Zwitserland.

Afghanistan: de tragiek van een verscheurd land 

Dr. Willem Vogelsang is in de afgelopen veertig jaar vele malen in Afghanistan geweest. Op zondag 25 maart om 13.00 uur is hij te gast in het Drents Museum. Tijdens zijn lezing gaat hij in op de vraag hoe het mogelijk is dat vriend en vijand Afghanistan zijn gaan zien als een arena waar iedereen zijn ideeën op een gewelddadige manier aan anderen kan opleggen. De lezing Afghanistan: de tragiek van een verscheurd land is gratis toegankelijk voor bezoekers met een entreebewijs van het Drents Museum.

Activiteiten_Te gast Willem Vogelsang_portretStrijdtoneel
In deze lezing gaat Willem Vogelsang in op de aanloop naar en de ontwikkeling van een oorlog waaraan maar geen einde schijnt te komen. Hierdoor zijn ondertussen honderdduizenden mensen gestorven en een groot deel van de oorspronkelijke bevolking heeft het land ontvlucht. Vogelsang: “In Afghanistan vindt iedereen wel een goede vriend en een goede vijand. Het lijkt soms alsof de hele wereld haar problemen in Afghanistan wil uitvechten. Wat is er toch gebeurd met dat prachtige land?”

Willem Vogelsang
Tijdens de lezing spreekt Vogelsang niet alleen vanuit zijn deskundigheid, maar ook vanuit zijn persoonlijke ervaring met het land. Veertig jaar geleden leerde hij als jonge archeoloog Afghanistan kennen door te werken op een opgraving in het zuiden van het land. Tijdens de jaren tachtig, toen de Sovjet-Unie de communistische regering van Afghanistan ondersteunde, sloot hij zich aan bij de islamitische verzetsstrijders om reportages te schrijven voor HP/De Tijd. Hij keerde er later nog vele malen terug in verschillende rollen, onder meer als conservator, militair en diplomaat. Tegenwoordig is Vogelsang adjunct-directeur bij het International Institute for Asian Studies (IIAS) in Leiden. Hij houdt zich nog altijd actief bezig met de regio.

Kabul Portraits
De lezing van Willem Vogelsang sluit aan bij de tentoonstelling Martin Roemers – Kabul Portraits. Nederlandse soldaten in Afghanistan. In 2002 maakte fotograaf Martin Roemers een serie portretfoto’s van Nederlandse soldaten in Afghanistan die afkomstig waren uit de Johan Willem Frisokazerne in Assen. Met Kabul Portraits heeft Roemers een tijdloze serie foto’s gemaakt van soldaten die van alle opsmuk ontdaan zijn. Van 25 maart tot en met 17 juni 2018 toont het museum op groot formaat veertien van deze indringende foto’s in de Abdijkerk.

Joan Blaeu: Meester-cartograaf in de Gouden Eeuw

Een van de absolute topstukken van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is de wereldkaart van Joan Blaeu uit 1648. De kaart heeft een indrukwekkend formaat van meer dan 2 bij 3 meter en bood destijds de meest actuele kennis van de wereld.

Van deze versie van de kaart, met tekst van Blaeu en een nieuwe plaat voor China, is er maar één ter wereld. Na lange tijd is de kaart weer voor publiek te zien in de objecttentoonstelling ‘Blaeu’s wereld in kaart | meester-cartograaf in de Gouden Eeuw’.

De tentoonstelling belicht de meest verrassende details van de kaart, de politieke context van de kaart en vertelt meer over de Amsterdamse firma Blaeu. ‘Blaeu’s wereld in kaart | meester-cartograaf in de Gouden Eeuw’ is een uitbreiding van de populaire Atlassen tentoonstelling en is nog t/m 31 december 2017 in Het Scheepvaartmuseum te zien.

Michael Huijser, directeur van Het Scheepvaartmuseum over de kaart van Blaeu: “Deze kaart laat zien hoe men over de wereld dacht. De buitenwereld boezemde vrees in, maar maakte ook nieuwsgierig. Die twee gingen hand in hand. De zeventiende eeuw was het startpunt van innovaties op het gebied van cartografie en daarom was zo’n kaart enorm belangrijk. Maar je kunt er ook bij wegdromen en op ontdekkingsreis gaan.”

De Amsterdamse firma Blaeu

De firma Blaeu was de grootste producent van kaarten in de zeventiende eeuw. De Blaeus baseerden zich op eerdere kaarten, eeuwenoude overlevering én de meest recente ontdekkingen. De boekhandel van de firma Blaeu was gevestigd ‘Op het water’, het huidige Damrak in Amsterdam. De locatie zo vlak aan de haven was niet toevallig gekozen. Daar arriveerden nieuwe producten en informatie van over de hele wereld. Zeelieden, kooplieden, geleerden en regenten samen, geïnteresseerd in Blaeu’s kennis en kunde, kwamen hier samen. De cartografie van de firma Blaeu heeft veel invloed gehad op het wereld- en kaartbeeld. Veel cartografen probeerden Joan Blaeu na te volgen of te verbeteren.

 

6007

Unieke wereldkaart van Joan Blaeu in Het Scheepvaartmuseum – Foto @Scheepvaartmuseum

Verrassende details

De wereldkaart van Blaeu is één van de eerste wereldkaarten waar de kustlijn van Australië – door Blaeu Nova Hollandia genoemd – en Nieuw-Zeeland te zien is die zeer recentelijk was ‘ontdekt’ door ontdekkingsreiziger Abel Tasman. Daarnaast is een piepklein Behouden Huys en het vastgelopen schip van Willem Barentsz op Nova Zembla te zien. Ook maken wij kennis met de westerse en superieure kijk op inboorlingen; kannibalen in Zuid-Amerika, een lama in Zuid-Amerika, olifanten in Afrika, zeemonsters en zeeslagen. Met een loep in de hand – veel details zijn met het blote oog bijna niet te zien – krijgt de bezoeker de gelegenheid om alle details te ontdekken en te bewonderen.

De Vrede van Munster

De wereldkaart van Blaeu uit de collectie van Het Scheepvaartmuseum is opgedragen aan Gaspar de Bracamonte y Guzman, graaf van Peñaranda, de leider van de Spaanse delegatie bij de vredesbesprekingen die in 1648 uitmondden in de Vrede van Münster. Dit betekende het einde van de Tachtigjarige Oorlog tussen de Republiek en Spanje. De kaart van Blaeu viert de vrede. Opvallend is dat er op de kaart geen heldere grenzen zijn aangegeven. Er is vanwege de vrede nauwelijks duidelijk gemaakt welke Europese machten bepaalde gebieden in handen hebben. Wel zien wij dat alle scheepjes die op de wereldzeeën varen een (Nederlandse?) driekleur in top hebben.

Het wereldbeeld van Copernicus

Nicolaus Copernicus kwam in 1543 met een revolutionair nieuw wereldbeeld waarin de aarde om de zon draait. Dat ging in tegen de heersende consensus dat de aarde het middelpunt was van het heelal en de hemellichamen rondom de aarde draaiden. Zo predikte de kerk dat de aarde stilstond. De publicatie met de Copernicaanse theorie stond vermeld in de katholieke ‘index van verboden boeken’. Joan Blaeu was de eerste die het Copernicaanse Wereldbeeld op een wereldkaart durfde af te beelden. Hij trok hiermee het heersende wereldbeeld in twijfel, dat in 1648 nog door de meeste mensen werd aangehangen.|

Video Het Scheepvaartmuseum via @YouTube

 

 

Jenevermuseum Schiedam opent escaperoom over jeneverstokende familie

Jenevermuseum Schiedam opent escaperoom over jeneverstokende familie.
Kraak codes en voltooi opdrachten om achter het geheime recept te komen

Nationaal Jenevermuseum Escaperoom LR.jpgHet Nationaal Jenevermuseum in Schiedam opent op dinsdag 27 maart een escaperoom over een jeneverstokende familie. Bezoekers helpen het museum bij een onderzoek naar een geheim jeneverrecept en de geschiedenis van de jeneverfamilie die dat recept ontwikkelde. Binnen een uur moeten deelnemers met de felbegeerde bereidingswijze buiten staan, anders is de missie niet volbracht. “De bijzondere historie achter het spel maakt deze escaperoom uniek. De jenevergeschiedenis van Schiedam én haar jeneverfamilies zijn verpakt in een ijzersterk verhaal. Op een leuke en spannende manier leer je alles over jenever”, vertelt directeur Marjolein Beumer.

Fictieve familie
Het verhaal van deze enerverende escaperoom gaat over een geheim recept dat een jeneverfamilie zo’n 200 jaar geleden ontwikkelde. Destijds waren er in het kleine stadje Schiedam zo’n 400 jeneverstokerijen die Nederland en de rest van de wereld voorzagen van de beste jenever. De bezoekers zijn voor een uurtje de ‘rechercheurs’ van het Jenevermuseum en zoeken onder meer naar informatie over een geheim jeneverrecept. Door het oplossen van verschillende puzzels en raadsels is het de bedoeling dat de deelnemers achter het recept komen voordat de tijd voorbij is. 

Bijzondere verrassing voor snelle denkers
De escaperoom is uitsluitend op reservering met minimaal drie en maximaal zes personen te spelen. Het is de bedoeling dat het fanatieke team binnen een uur – na het oplossen van allerlei opdrachten en raadsels – weer buiten staat met het jeneverrecept. Wie na 60 minuten het onderzoek nog niet heeft afgerond heeft pech, want alleen voor de snelle ontsnappers staat een bijzondere verrassing klaar. De escaperoom is los of in combinatie met een museumbezoek te boeken en is alleen geopend tijdens de museumopeningstijden. Via de receptie van het museum kan een escapemoment worden ingepland. 

cofJeneverhoofdstad
Schiedam is vanwege de rijke jeneverhistorie geheel terecht benoemd als jeneverhoofdstad van de wereld. Tegenwoordig wordt onze jeneverhoofdstad steeds vaker ‘GinCity’ genoemd. Dat heeft te maken met de initiatieven die vanuit de traditionele branche worden genomen om nieuwe, smaakvolle gins (en jenevers!) te ontwikkelen.  Waar de oudere generatie is opgegroeid met jonge jenevers, zien we dat de jongere generatie volop bezig is met de ontdekkingstocht naar kwaliteitsgin en gelagerde jenevers.

Overige informatie: 
De escaperoom is geopend vanaf vrijdag 27 maart 2018

Openingstijden:               dinsdag tot en met zondag van 11.00 uur tot 17.00 uur

Reserveren:                       receptie@jenevermuseum.nl of 010-2469676

Adres:                                 Jenevermuseum Langehaven 74-76 3111 CH Schiedam

ALS KUNST JE LIEF IS

Persbericht Kröller-Müller Museum | Vooraankondiging

EENMALIG 80 BELANGRIJKE AANKOPEN VOOR DE COLLECTIE NEDERLAND BIJEEN

Van 30 september 2018 tot en met 3 februari 2019 organiseert het Kröller-Müller Museum op initiatief van de Vereniging Rembrandt de tentoonstelling:

Als kunst je lief is

Medium-Cornelis Cornelisz. Buys II, Jacob trekt bij Laban weg - Jacob flees from Laban, circa 1535, Stedelijk Museum, Alkmaar

Cornelis Cornelisz. Buys II, Jacob trekt bij Laban weg / Jacob flees from Laban, circa 1535, Stedelijk Museum, Alkmaar

Voor één keer worden ruim 80 belangrijke aankopen van 40 Nederlandse musea bijeengebracht die de afgelopen tien jaar mede zijn verworven met steun van de Vereniging. Als kunst je lief is toont de volle breedte van de museale aankopen: schilderijen, tekeningen, foto’s, sculpturen en veel meer. Het oudste werk is zo’n drieduizend jaar oud, het meest recente dateert uit 2016.

Medium-Neo Rauch, Gewitterfront, 2016, Museum de Fundatie, Zwolle

Neo Rauch, Gewitterfront, 2016, Museum de Fundatie, Zwolle

Met deze tentoonstelling onderstrepen de partners het belang van (het blijven verzamelen voor) de Collectie Nederland, die voor iedereen toegankelijk is.

 

Feest van onverwachte ontmoetingen

Als kunst je lief is wordt geen chronologisch of kunsthistorisch overzicht van topstukken, maar een feest van onverwachte ontmoetingen. De kunstwerken en objecten zijn met grote zorg geselecteerd en geënsceneerd door gastconservator Peter Hecht – emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en fellow van de Vereniging Rembrandt – en vormgever/stylist Maarten Spruyt. De combinaties zijn niet alleen visueel interessant maar bieden ook stof tot nadenken. Zo hangt een monumentaal zestiende-eeuws Bijbels historiestuk uit Alkmaar naast een reusachtige foto van Andreas Gursky uit het Stedelijk en wordt een prototype stoel van Rietveld uit de collectie van het Centraal Museum in Utrecht geflankeerd door een schilderij van Alma-Tadema uit Leeuwarden en een zeventiende-eeuws bloemstilleven uit het Mauritshuis.

Medium-Dirck de Bray, Stilleven met een boeket in wording - Still life with a bouquet in the making, 1674, Mauritshuis, Den Haag

Dirck de Bray, Stilleven met een boeket in wording / Still life with a bouquet in the making, 1674, Mauritshuis, Den Haag

Diverse aspecten van het verzamelen voor de Collectie Nederland komen in de tentoonstelling aan de orde: hoe en waarom wordt verzameld, welke criteria worden daarbij gehanteerd, welke veranderingen treden er in de loop der jaren op en hoe is de Vereniging Rembrandt daarmee omgegaan.

Satellietprogramma door heel Nederland

Als aanvulling op en verwijzing naar de tentoonstelling in Otterlo vinden er door heel Nederland minipresentaties plaats. In totaal werken vijftien musea aan dit programma mee, van Groningen tot Middelburg en Haarlem tot Maastricht. In elke presentatie wordt een werk dat in de afgelopen tien jaar mede met steun van de Vereniging is aangekocht, getoond in combinatie met collectiegenoten waar het een relatie mee aangaat.
Die combinatie laat zien dat het nieuw verworven werk de bestaande collectie op een hoger niveau tilt, een nieuw accent legt of een gemis opheft.

Publicatie en randprogramma

Bij Als kunst je lief is verschijnt een publicatie over de zin van het verzamelen voor het openbaar kunstbezit. Hierin worden ook de belangrijkste werken in de tentoonstelling besproken. Daarnaast is er een uitgebreid randprogramma met onder meer een lezingenserie, een symposium en een Vereniging Rembrandt-route door de vaste collectie van het Kröller-Müller Museum.

Medium-Roni Horn, Opposites of white, 2006-2007, Kröller-Müller Museum, Otterlo

Roni Horn, Opposites of white, 2006-2007, Kröller-Müller Museum, Otterlo

Vereniging Rembrandt en Kröller-Müller Museum: gedeelde liefde voor het openbaar kunstbezit

De boodschap die de tentoonstelling uitdraagt zou de grondlegster van het Kröller-Müller Museum, Helene Kröller-Müller (1869-1939), zeer hebben aangesproken. Zij wijdde haar leven aan het bijeenbrengen van een spectaculaire collectie moderne kunst – in totaal bijna 11.500 kunstwerken – en aan het realiseren van ‘haar’ museum, dat ze schonk aan de gemeenschap. Haar verzameling is een van de grootste en belangrijkste privécollecties van de twintigste eeuw die in openbaar bezit zijn overgegaan. Met deze collectie als uitgangspunt wordt in het Kröller-Müller al ruim driekwart eeuw verder verzameld en is het museum nog steeds toonaangevend in de wereld.

De Vereniging Rembrandt beschermt en verrijkt het Nederlands openbaar kunstbezit al sinds haar oprichting in 1883. Zij helpt als collectief mecenaat topstukken voor Nederland te behouden dan wel belangrijke Nederlandse kunst terug te brengen naar de plaats van ontstaan, maar zij volgt ook de latere ontwikkelingen van de kunst tot in het heden toe. Zij doet dat met aandacht voor de wensen van grote musea als het Rijksmuseum Amsterdam en het Kröller-Müller Museum, maar zij steunt ook de oude stedelijke musea en geeft waar mogelijk een kwaliteitsimpuls aan jongere instellingen, zoals in de afgelopen jaren aan Museum Belvédère in Heerenveen, Museum de Fundatie in Zwolle of het Zaans Museum. De Vereniging Rembrandt telt 15.000 leden. Sinds haar oprichting heeft de Vereniging bijgedragen aan de aankoop van ruim 2.200 werken. In de afgelopen tien jaar zijn in totaal 280 aankopen gerealiseerd met steun van de Vereniging Rembrandt. De Vereniging Rembrandt steunde het Kröller-Müller Museum de afgelopen zeventig jaar bij in totaal veertig aankopen.

Drawing by Vincent van Gogh

Persbericht, Van Gogh Museum Amsterdam

Het Van Gogh Museum presenteert van 23 maart t/m 24 juni 2018
Van Gogh & Japan‘,
een grote internationale tentoonstelling
over de invloed van de Japanse kunst op het werk van
Vincent van Gogh

Met circa 60 schilderijen en tekeningen van Van Gogh en een rijke selectie Japanse prenten laat de tentoonstelling zien hoe veelomvattend Van Goghs bewondering voor deze kunst was en hoe ingrijpend zijn werk erdoor veranderde. Bijzondere bruiklenen uit musea en particuliere collecties van over de hele wereld komen naar Amsterdam, waaronder Zelfportret met verbonden oor (The Courtauld Gallery, Londen), een kwetsbaar schilderij dat sinds 1930 niet meer in Nederland getoond is.

van Gogh_Kreupelhout met twee figuren_1890HR.jpgAndere hoogtepunten zijn Van Goghs Zelfportret, 1888 (Fogg Art Museum, Harvard Art Museums, Cambridge, VS), Portret van Madame Roulin (La Berceuse), 1889 (Art Institute of Chicago), Kreupelhout met twee figuren, 1890 (Cincinnati Art Museum), La Crau met perzikbomen in bloei, 1889 (The Courtauld Gallery, Londen) en De Arlésienne (Madame Ginoux), 1888 (The Metropolitan Museum of Art, New York). Het is voor het eerst dat er een tentoonstelling van deze omvang aan dit onderwerp wordt gewijd.

In de ban van Japan
Van Goghs kennismaking met de Japanse prentkunst was bepalend voor de richting die hij als kunstenaar insloeg. Tijdens zijn verblijf in Parijs (1886-1888) raakte hij in de ban van de ukiyo-e, 19de-eeuwse Japanse kleurenhoutsneden, en ging hij deze prenten op grote schaal verzamelen. Wat Van Gogh zo bewonderde in de kleurrijke voorstellingen waren de ongewone composities, de grote vlakken in felle kleuren en de aandacht voor details uit de natuur.

De drie opmerkelijke schilderijen die hij in Parijs maakte naar Japanse prenten vormden zijn eerste verkenningen van dit nieuwe artistieke voorbeeld. Al snel beschouwde Van Gogh de Japanse kunst als een ijkpunt voor zijn werk, zoals blijkt uit zijn brieven uit Arles, waar hij begin 1888 naartoe verhuisde met het idee dat het zuiden van Frankrijk ‘gelijk staat met Japan’. Hij leerde daar ‘meer met een Japanse blik’ te kijken en maakte ‘schilderijen zoals de Japanse prenten’.

In Van Gogh & Japan is te zien hoe Van Gogh steeds meer in de geest van het Oosterse voorbeeld ging werken, waarbij de nadruk lag op een kleurrijk, uitgesproken palet. Met circa 60 schilderijen en tekeningen van Van Gogh en een rijke selectie Japanse prenten laat de tentoonstelling zien hoe veelomvattend Van Goghs bewondering voor deze kunst was en hoe ingrijpend zijn werk erdoor veranderde.

Bijzondere bruiklenen

Van Gogh, Self-Portrait with Bandaged Ear HR

Vincent van Gogh, Zelfportret met verbonden oor, 1889, The Courtauld Gallery, London

Beroemde schilderijen en tekeningen van Van Gogh uit musea en particuliere collecties van over de hele wereld worden in Van Gogh & Japan samengebracht. Zelfportret met verbonden oor, 1889 (The Courtauld Gallery, Londen), een kwetsbaar schilderij dat sinds 1930 niet meer in Nederland is getoond, keert terug naar zijn ‘geestelijk thuis’ in het Van Gogh Museum, voorafgaand aan de sluiting van The Courtauld Gallery voor een grote verbouwing in de herfst van 2018. De Japanse prent in de achtergrond van dit beroemde zelfportret getuigt van Van Goghs liefde voor de Oosterse kunst.

Een ander hoogtepunt is Zelfportret, 1888 (Fogg Art Museum, Harvard Art Museums, Cambridge, VS), waarin Van Gogh zichzelf afbeeldde als een bonze, een boeddhistische monnik uit Japan. Het laat zien hoezeer hij zich identificeerde met de Japanners. Dit indrukwekkende schilderij wordt bij hoge uitzondering uitgeleend voor Van Gogh & Japan en is alleen in Amsterdam te zien.

Hiroshige_HetChuzenjimeer_1857HR

Utagawa Hiroshige II, Het meer Chūzenji in de provincie Shimotsuke, 1859-1861, Nationaal Museum voor Wereldculturen, Leiden

Andere bijzondere bruiklenen zijn Portret van Madame Roulin (La Berceuse), 1889 (Art Institute of Chicago), Kreupelhout met twee figuren, 1890 (Cincinnati Art Museum), La Crau met perzikbomen in bloei, 1889 (The Courtauld Gallery, Londen) en De Arlésienne (Madame Ginoux), 1888 (The Metropolitan Museum of Art, New York). Deze topstukken worden getoond samen met Van Goghs ‘Japanse’ werken uit het Van Gogh Museum, zoals Courtisane (naar Eisen), 1887 en Amandelbloesem, 1890.

Behalve Japanse prenten uit Van Goghs eigen verzameling is een groot aantal prenten uit andere collecties te zien, waaronder De grote golf bij Kanagawa, 1829-1833 (Rijksmuseum, Amsterdam) van Katsushika Hokusai.

Samenwerking
Van Gogh & Japan is een samenwerking met Hokkaido Shimbun Press en NHK (Japan Broadcasting Corporation), het Hokkaido Museum of Modern Art in Sapporo, het Tokyo Metropolitan Art Museum en The National Museum of Modern Art in Kyoto. De tentoonstelling vindt in 2017-2018 plaats in de genoemde drie musea in Japan en is van 23 maart tot en met 24 juni 2018 te zien in het Van Gogh Museum.

Gelijktijdig met Van Gogh & Japan wordt er in De Mesdag Collectie in Den Haag een tentoonstelling gewijd aan Mesdag & Japan (van 7 maart t/m 17 juni 2018), met als uitgangspunt de collectie Japanse toegepaste kunst die Mesdag rond de opening van zijn museum in 1887 verzameld heeft. De collectie bestaat uit meer dan honderd objecten, variërend van Samoeraizwaarden tot Satsumavazen. Het Van Gogh Museum beheert sinds 1991 De Mesdag Collectie.

Tickets
In het Van Gogh Museum betalen bezoekers geen toeslag op het bezoeken van tentoonstellingen; een online ticket met starttijd geeft zodoende toegang tot zowel de vaste collectie van het museum als de tentoonstelling. De toegangsprijs van het Van Gogh Museum bedraagt 18 euro, museumkaart- en stadspashouders kunnen gratis naar binnen, CJP’ers krijgen 50% korting.

unnamed (5)

Vincent van Gogh, Courtisane (naar Eisen), 1887

Echt Rotterdams Erfgoed

Persbericht – Rotterdam februari 2018,

Logo_MuseumRotterdam
Museum Rotterdam is het meest Rotterdamse museum ter wereld. Een museum dat niet alleen geïnteresseerd is in alle mensen, gemeenschappen en organisaties in de stad, maar ze ook actief volgt en continu met ze in contact is. Museum Rotterdam vindt het belangrijk niet alleen zijn rijke historische collectie te tonen, maar ook het hedendaagse Rotterdam te presenteren. Om deze reden vertelt het museum, naast de verhalen van toen, ook de verhalen van ‘nu’ aan de hand van objecten en portretten van ‘echte’ Rotterdammers. Deze (actieve) hedendaagse collectie noemen we: Echt Rotterdams Erfgoed.

Museum Rotterdam verzamelt en presenteert met bewoners het hedendaagse Rotterdam. Hierbij richt men zich op Rotterdamse objecten, verhalen en mensen die een belangrijke rol spelen bij ontwikkelingen in de stad. Onder de noemer ‘Echt Rotterdams Erfgoed’ worden ze opgenomen als actieve collectie en krijgen ze een speciaal  nummer. De ontwikkelingen van deze persoon, gemeenschap of object worden door het museum op de voet gevolgd.

“Hoe Echt Rotterdams Erfgoed de betrokkenheid van Rotterdammers met hun stad vergroot, dan word ik daar zeer blij van. Dan doe je er als stadsmuseum toe”. Paul van de Laar, directeur Museum Rotterdam 

Echt Rotterdams Erfgoed ontrafelt samen met bewoners het DNA van de stad. Samen bepalen ze wat nu belangrijk is in Rotterdam. Dit museale pionierswerk valt op, in binnen- en buitenland. En nog leuker, het wordt ondersteund en beloond. Met veel trots presenteert Museum Rotterdam dan ook een samenwerking met het BankGiro Loterij Fonds en met Stichting Volkskracht.
Logo_StichtingBevorderingVanVolkskrachtBeiden zien ze het belang in van het werk van het museum voor de stad. Door hun bijdragen kan Echt Rotterdams Erfgoed verder worden verstevigd en uitgebouwd als belangrijke pijler van het museum en de stad.

Benieuwd naar het Echt Rotterdams Erfgoed binnen de stad?
De actieve collectie van Museum Rotterdam is overal. Van Rotterdam Noord tot ver in Zuid. Overal kom je personen, bedrijven en objecten tegen die een keurmerk hebben ontvangen. Van Amina Hussen (Echt Rotterdams erfgoed 0011) die zich, onder de naam Krachtvrouwen Oude Westen krachtvrouwen richt op vrouwen in de wijk die een steuntje in de rug kunnen gebruiken tot Dr. Mau die onder de noemer ‘De Sambalman’ (Echt Rotterdams erfgoed 0004) zelfgemaakte sambal verkoopt.IMG_1775

Lees hier meer over de actieve collectie van Museum Rotterdam.

 

 

Mesdag & Japan. Het Verre Oosten verzameld

Mesdag & Japan. Het Verre Oosten verzameld
Tentoonstelling in De Mesdag Collectie van 7 maart t/m 17 juni 2018.

De bijzondere collectie Japanse toegepaste kunst van Mesdag: van samoeraizwaarden en Satsuma-vazen tot kleurrijke keramiek en bronzen kraanvogels.

Toen in de tweede helft van de 19de eeuw het verzamelen van Japanse kunstvoorwerpen een rage was in West-Europa, deed zeeschilder en kunstverzamelaar Hendrik Willem Mesdag hier enthousiast aan mee. In de jaren rond de opening van zijn museum in 1887 kocht Mesdag meer dan 140 Japanse objecten, variërend van kleurrijke keramiek tot samoeraizwaarden.

In de tentoonstelling Mesdag & Japan. Het Verre Oosten verzameldwordt een groot aantal hoogtepunten van deze collectie in de context van de tijd geplaatst: samen met historische documenten en enkele bijzondere bruiklenen wordt zo de gehele periode van de fascinatie voor Japan in Den Haag gepresenteerd. Van de periode vóór 1854, toen Nederland nog de enige westerse handelspartner van Japan was, tot de decennia erna, toen het eilandenrijk zijn grenzen openstelde en in Europa een ware Japanrage ontstond.

Het is voor het eerst dat een tentoonstelling wordt gewijd aan Mesdags bijzondere verzameling Japanse toegepaste kunst. Een van de topstukken uit de collectie is een zeldzame grote schaal, gemaakt van Arita-porselein, waarop een Japanse porseleinfabriek is afgebeeld. De verschillende voorstellingen op deze schaal lezen bijna als een stripverhaal. Ook wordt voor het eerst een vaas van Satsuma-aardewerk uit Mesdags verzameling samengebracht met de prent die de basis vormde voor de voorstelling op de vaas.

Mesdag & Japan. Het Verre Oosten verzameld is te zien in De Mesdag Collectie in Den Haag van 7 maart t/m 17 juni 2018.

Samenstelling van de tentoonstelling

In totaal worden in Mesdag & Japan 60 werken getoond, waarvan 48 objecten uit de eigen collectie. De Japanse objecten worden in de context van Mesdags tijd geplaatst door ze te tonen naast historische documenten en foto’s die laten zien hoe de objecten in het atelier en woonhuis van de kunstenaar-verzamelaar waren opgesteld.

De tentoonstelling vertelt in drie hoofdstukken over de Japanrage in Mesdags leefwereld, beginnend met de vroege interesse voor Japan in Den Haag. Vervolgens wordt de ongekende populariteit van Japanse kunst bij Mesdag en zijn omgeving belicht, en tot slot is er aandacht voor de invloed van Japanse kunst op laatnegentiende-eeuwse Haagse keramiek, die Mesdag ook verzamelde.

In de ban van Japan

Japan was voor het westen eeuwenlang een mysterie, omdat het land zijn grenzen maar minimaal openstelde. Nederland was van 1639 tot 1854 het enige westerse land dat met Japan mocht handelen en had daarom een unieke band met het land. Hierdoor waren Nederlanders al enigszins bekend met Japanse kunstvoorwerpen. In Den Haag werd al vanaf 1816 Japanse kunst tentoongesteld in het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden (nu het Mauritshuis). In de tentoonstelling zijn een porseleinen karper en een wierookbrander te zien (bruiklenen van het Rijksmuseum Amsterdam) die hier ooit waren opgesteld.

Ook in de populaire Groote Koninklijke Bazar (aan de Zeestraat tegenover Mesdags Panorama, op loopafstand van zijn woonhuis en museum) waren de zalen gevuld met exotische en Japanse voorwerpen.

Hoogtepunten uit Mesdags collectie Japanse toegepaste kunst

Mesdag kocht veel van zijn Japanse voorwerpen bij de Haagse kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co. Hij plaatste de stukken in zijn museum, woonhuis en atelier. Hoogtepunten uit zijn verzameling die in Mesdag & Japan gepresenteerd worden, zijn een samoeraizwaard uit een van de beste smederijen van Japan, twee levensgrote bronzen kraanvogels en een zeldzame grote schaal van Arita-porselein die als een soort stripverhaal is beschilderd met voorstellingen van het productieproces van porselein. Deze ‘Nachtwacht van De Mesdag Collectie’ zal prominent in de tentoonstelling te zien zijn.

Ook wordt een vaas getoond van bontgekleurd Satsuma-aardewerk met daarop scènes uit het leven van de krijger Endo Morito. Deze voorstelling is door de keramist zeer precies overgenomen van een houtsnede uit een album van Katsushika Hokusai (Rijksmuseum Amsterdam). In Mesdag & Japan zijn de vaas en de prent voor het eerst naast elkaar te zien.

Invloed op Haagse kunstenaars

De fascinatie voor Japan drong ook door tot de beoefenaars van toegepaste kunst in Den Haag. Zij maakten onder meer in Museum Mesdag kennis met Japanse kunstvoorwerpen. Bij de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg werd door kunstenaars als Theo Colenbrander keramiek gemaakt die duidelijk invloeden vertoont van de Japanse kunst, met typisch Japanse onderwerpen, gestileerde motieven en de Japanse techniek van glazuren. Mesdag was aandeelhouder van Rozenburg en verzamelde als een van de eersten het werk van Colenbrander. Colenbranders werk en dat van andere Haagse kunstenaars is ook te zien in Mesdag & Japan.

Publicatie

9200000090271702Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie Mesdag & Japan, geschreven door Renske Suijver met medewerking van Bram Donders. Dit boek is het eerste deel in de serie De Mesdag Collectie in focus.

Van Gogh Museum ook in de ban van Japan

Gelijktijdig met Mesdag & Japan. Het Verre Oosten verzameld vindt vanaf 23 maart 2018 in het Van Gogh Museum de tentoonstelling Van Gogh & Japan plaats. Beide tentoonstellingen tonen de invloed van Japan en de populariteit van het japonisme op de beeldende kunst in de 19de eeuw. De Stichting Van Gogh Museum beheert sinds 1990 ook De Mesdag Collectie.

Mesdag en Japan. Het Verre Oosten verzameld

Conservatoren Renske Suijver en Bram Donders installeren de levensgrote bronzen kraanvogels uit De Mesdag Collectie voor de tentoonstelling Mesdag & Japan. Foto: Kenny Nagelkerke

Mesdag & Japan. Het Verre Oosten verzameld wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Elise Mathilde Fonds.

Lage Landen

Lage Landen
ambitieuze tentoonstellingsreeks brengt parels uit het rijks naar de regio

Het Rijksmuseum en vijf stadsmusea in Nederland gaan de komende acht jaar  een ambitieuze reeks reizende tentoonstellingen organiseren. In de stichting De Vijf Samenwerkende Musea in Nederland werken het Stedelijk Museum Zutphen, het Westfries Museum in Hoorn, het Markiezenhof in Bergen op Zoom, Gemeentemuseum het Hannemahuis in Harlingen en Museum Gouda samen. Het is uniek dat vijf stadsmusea en het Rijksmuseum een dergelijk meerjarenproject aangaan om verborgen parels uit de collectie van het Rijks door heel Nederland te tonen.

De ‘Vier Elementen’ tentoonstellingsreeks loopt van 2018 tot en met 2025.

Lage Landen, de eerste aflevering van de reeks is gestart op 27 januari 2018 in het Stedelijk Museum Zutphen; vanaf 10 juni 2018 is de tentoonstelling te zien in het Westfries Museum.

In de tentoonstellingen Lage Landen, Koele Wateren, Hoge Luchten en Hete Vuren onderzoeken de vijf musea de identiteit van Nederland aan de hand van de vier elementen: aarde, water, lucht en vuur. De focus van Lage Landen ligt op aarde. Een ruime selectie van 40 werken uit het Rijksmuseum wordt per museum aangevuld met eigen collectie, waardoor elke tentoonstelling een eigen kleuring krijgt. Hiernaast wordt voor elke aflevering aan een gerenommeerde auteur en een hedendaagse kunstenaar of ontwerper gevraagd invulling te geven aan het thema. Voor Lage Landen schrijft Paul Schnabel een prikkelend essay voor de rijk geïllustreerde tentoonstellingscatalogus met als titel: Hoe eigenaardig is Nederland? Design duo AtelierNL, winnaar van de Dutch Design Award 2017 in de categorie research, gaat letterlijk met de voeten in de klei om de identiteit en historie van elke regio te duiden aan de hand van bodemschatten, flora en fauna.

devijfstadsmusea.jpegNevenactiviteiten
Elk museum organiseert een programma van nevenactiviteiten rondom de reizende tentoonstelling. Voor meer informatie over Lage Landen, de tentoonstellingsreeks en het programma van elk museum is een aparte website opgezet: http://www.schattenuithetrijks.nl

Met dank aan
De tentoonstelling Lage Landen wordt financieel ondersteund door het Mondriaan Fonds, VSBfonds, Stichting Zabawas, Prins Bernhard Cultuurfonds, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie Janivo Stichting, Stichting dr. Hendrik Muller, Gravin van Bylandt stichting en Stichting Gifted Art.