Tromp blijft thuis

PERSBERICHT

Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft een portret aangekocht van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (1629-1691), vervaardigd door Ferdinand Bol. Het bestaan van het portret werd altijd vermoed, maar het werd voor lange tijd verloren gewaand. Het schilderij wordt, nadat het gerestaureerd is, in 2019 in Het Scheepvaartmuseum gepresenteerd. De aankoop van een door Ferdinand Bol geschilderd portret van de admiraal is een belangrijke toevoeging voor zowel de collectie van Het Scheepvaartmuseum als voor de Collectie Nederland. Een belangrijk onderdeel van het schilderij is de aanwezigheid van een bediende van Afrikaanse herkomst die Tromp een helm aanreikt. Daarmee kan het schilderij in een bredere context geplaatst worden die dat van een portret van een 17e-eeuwse admiraal overstijgt.

Het schilderij is nog tot en met zondag 18 februari 2018 te zien in de tentoonstelling ‘Ferdinand Bol en Govert Flinck’ in het Amsterdam Museum.

Dit is de laatste kans om dit schilderij te zien voordat het in 2019 in Het Scheepvaartmuseum getoond wordt. Het portret is aangekocht met steun van het Mondriaan Fonds, De BankGiro Loterij, Het Compagnie Fonds, en de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum.

Aanwezigheid van een Afrikaanse bediende

Een belangrijk onderdeel van het portret is de aanwezigheid van een Afrikaanse bediende. Vera Carasso, directeur Museale Zaken van Het Scheepvaartmuseum: ’Juist de bediende geeft extra betekenis aan het schilderij. Wij zien niet alleen een portret van een beroemde admiraal, maar door de aanwezigheid van de bediende vormt het een dubbelportret. Al is het niet met die intentie geschilderd. Wie is deze jongen? Woonde hij in huis bij Tromp als een tot slaaf gemaakte huislakei of is hij alleen afgebeeld als statussymbool? Het museum wil hier meer onderzoek naar doen. Voor Het Scheepvaartmuseum is deze historische context van het schilderij van groot belang. Juist in deze tijd waar het debat over ‘zeehelden’ en het zichtbaar maken van het slavernijverleden aan de orde is.’

7641.png

Ferdinand Bol, portret van admiraal Cornelis Tromp, circa 1667, olieverf op doek, ongesigneerd en ongedateerd, 148,5 x 131 cm.

Het portret van Cornelis Tromp

Na de beëindiging van de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) lieten Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp zich portretteren door Ferdinand Bol. Het portret toont Cornelis Tromp in wapenrusting met op de achtergrond een zeeslag waarin zijn vlaggenschip ‘Hollandia’ te zien is. Op de tafel op de voorgrond zijn de kenmerkende attributen van een vlagofficier afgebeeld – een zeekaart, graadstok en een globe – een setting die overeenkomt met Bols portret van Michiel de Ruyter, ook in de collectie van Het Scheepvaartmuseum. Deze attributen maken deel uit van de iconografie van het admiraalsportret zoals die in de zeventiende eeuw in de beeldende kunst tot ontwikkeling kwam. De portretten van de admiralen vertellen niet alleen een historisch verhaal over zeeslagen en de persoonlijke rivaliteit tussen beiden, maar ook de iconografische duiding en het kunsthistorische verhaal van Bols portretschilderkunst.

Verloren gewaand schilderij ontdekt in Portugal

Het bestaan van het portret werd altijd vermoed, maar het werd voor lange tijd verloren gewaand. Door de gravure van Lambert Visscher uit 1677, ook in de collectie van Het Scheepvaartmuseum, werd duidelijk dat het gebaseerd is op het portret van Ferdinand Bol. In de gravure wordt hiernaar verwezen (’Ferdinandus Bol ad vivum pinxit’). Eind vorig jaar werd het portret ontdekt bij een particulier in Portugal. Conservator Norbert Middelkoop van het Amsterdam Museum reisde af naar Portugal om het portret te controleren op echtheid en haalde het werk voor de tentoonstelling Bol en Flinck naar Nederland. Het Amsterdam Museum laat weten blij en trots te zijn dat het onbekende schilderij uit Portugal nu in Het Scheepvaartmuseum een permanente plek in Amsterdam krijgt.

Tentoonstelling Ferdinand Bol en Govert Flinck: Rembrandts meesterleerlingen

Duo tentoonstelling Ferdinand Bol & Govert Flinck
13 oktober 2017 – 18 februari 2018
Museum Het Rembrandthuis & Amsterdam Museum

Ferdinand_Bol.Self-portrait
Zelfportret van Ferdinand Bol. De schilder is tot de knieën afgebeeld, in een geborduurde kamerjas, met de linkerarm steunend op een beeldhouwwerk van een slapende Cupido. In een vergulde, rijk gesneden lijst met zonnebloemen en ander bloemen versierd.

Noemenswaardige bijzonderheden

  • Een bijzondere primeur is het verloren gewaande portret door Bol van zeeheld Cornelis Tromp, dat kort geleden boven water is gekomen. Door een prent naar het schilderij wist men dat er een geschilderde versie moest hebben bestaan, maar het schilderij was niet bekend. Onze conservatoren kregen in mei een tip, en voordat ze het wisten stonden ze ergens in Zuid-Europa oog in oog met Tromp. Dat schilderij zal in de tentoonstelling in het Amsterdam Museum voor het eerst te zien zijn, natuurlijk wordt het getoond in de directe nabijheid van het portret dat Bol van de andere grote zeeheld Michiel de Ruyter schilderde, Tromps tegenpool.
  • Het buitengewoon monumentale doek van Bol uit 1646, Het offer van Abraham, keert na meer dan driehonderd jaar terug naar de stad waar het is geschilderd. Het verhuisde na 1691 met het echtpaar Parensi-van Diemen mee naar Lucca en behoort sinds mensenheugenis tot de collectie van het Palazzo Mansi.
  • Het Zelfportret van Bol dat op de beelddrager prijkt en dat in het Rembrandthuis te bewonderen zal zijn, was van ‘de radar’. De biograaf van Bol, Albert Blankert, wist in de jaren ’70/’80 niet waar het was maar nam een zwartwit-foto op in zijn oeuvrecatalogus. Een laatste spoor verwees naar een veiling in Zwitserland in de jaren ’80, maar dat spoor liep helaas dood. Een oproep in een Duitse krant en een internationale oproep onder conservatoren leverde ook niets op. Het was dan ook bij toeval dat we op een verwijzing stuitten in een klein tentoonstellingsboekje. Daar werd een geschilderd zelfportret genoemd waarvan de maten overeenkwamen met de vermelding bij Blankert. Na navraag te hebben gedaan bij de betrokken buitenlandse conservator, die inmiddels alweer elders werkte, bleek dat het inderdaad het schilderij betrof dat wij zochten.
  • Het Zelfportret van Flinck, eveneens op de beelddrager en van de radar, werd bij toeval teruggevonden in het depot van het Wallraf-Richartsz Museum in Keulen, waar het door een particulier was gestald. In de aanloop naar de tentoonstelling is het voor ons gerestaureerd en nu een zaalstuk in Keulen.
  • Het portret van een achtjarige jongetje door Bol, dat enkele jaren geleden opdook en in Londen werd geveild, is recent onderzocht door Frans Grijzenhout. Hij wist te achterhalen wie het jongetje is dat hier geportretteerd is. Het schilderij was onderwerp van één van de afleveringen van ‘Kunstraadsels’ en het zal de komende vier maanden voor het Nederlandse museumpubliek in het Amsterdam Museum te zien zijn. ( Kunstraadsels )
  • Objecten in particulier bezit zijn doorgaans niet zichtbaar voor publiek en (relatief) onbekend voor onderzoekers. Deze tentoonstelling biedt een uitgelezen kans om deze werken nu in het echt te bekijken en genieten.
  • Onze eerste bruikleenverzoeken, alweer enkele jaren geleden, hebben geleid tot groot enthousiasme bij museale collega’s wereldwijd en tot restauratie van vijftien schilderijen in de aanloop naar de tentoonstelling. Die restauraties hebben gezorgd voor herstel van de kleurenpracht die door de schilders is bedoeld, zoals bij Bols rembrandtieke Regenten van het Leprozenhuis uit 1649 (Amsterdam Museum), De Astronoom uit 1652 (National Gallery Londen) en het Dubbelportret van Jan en Catharina van der Voort uit 1661 (KMSK Antwerpen), en bij Flincks vandyckiaanse Portret van een echtpaar uit 1646 (Kunsthalle Karlsruhe) en twee Tronies (beide uit privébezit).
  • Ook boden de behandelingen interessante inzichten, onder meer in zogeheten pentimenti (veranderingen die tijdens het schilderen hebben plaatsgevonden). Een belangrijk voorbeeld is de Regentessen van het Leprozenhuis door Bol uit 1667/’70 (Rijksmuseum/collectie stad Amsterdam). Over de eigenhandigheid van het gezicht van de middelste dame werd al een tijdje getwijfeld en diepgaand onderzoek naar de verflagen wees uit dat er een ander gezicht onder deze dame zit. Dat betekent dat Bol aanvankelijk een andere vrouw heeft geportretteerd, maar dat er daarna, door een andere schilder, een tweede vrouw overheen is geschilderd. Onze conservator wist de identiteit van de dames vast te stellen en kon aan de hand van hun biografische gegevens tevens de reden van deze wonderbaarlijke verandering beargumenteren.
  • Een schilderij van een oude man, dat in de Royal Collection in Engeland wordt bewaard als ‘school van Rembrandt’, is waarschijnlijk aan Ferdinand Bol toe te schrijven, zeker sinds de recente restauratie. De relatie met tekeningen en prenten van Bol naar het schilderij vormt hierbij een belangrijke basis.
  • In de Six collectie bevinden zich twee portretten van Margaretha Tulp, de echtgenote van Jan Six. Een daarvan is gesigneerd door Govert Flinck en 1656 gedateerd. De andere werd lang aan Ovens toegeschreven, maar is wel degelijk ook van de hand van Flinck. Röntgen- en infraroodonderzoek liet zien dat onder het laatstgenoemde, veel losser geschilderde portret in opzet een portret zit dat veel
    dichter tegen dat van 1656 aanzit. Daarmee kan worden aangetoond dat het lossere portret van latere datum moet zijn. Waarom Margaretha Tulp zich twee keer liet portretteren door dezelfde schilder in een tijdsbestek van twee jaar blijft een raadsel. Hoewel er een aantal hypotheses zijn blijven die vooralsnog zonder hard bewijs.
  • In Kassel bevindt zich een vrouwenportret door Flinck, 1655 gedateerd, dat – sinds het in de jaren ’80 opdook in de kunsthandel – eveneens gold als een portret van Margaretha Tulp. Aanleiding voor de identificatie was met name de aanwezigheid van een tulp in de achtergrond van het schilderij. Een gedicht van Geerardt Brandt maakt echter duidelijk dat hier de vrouw van deze dichter moet zijn afgebeeld: Suzanna van Baerle, dochter van Casppar van Baerle. De tulp in de achtergrond heeft een iconografische functie, ze verwijst naar de maand mei, die met het huwelijk werd geassocieerd.
    800px-Govaert_Flinck_Self_Portrait.jpg
    Govert Flinck – Photo by of original art by Frank J. Seinstra.Over Amsterdam 

Museum Amsterdam
Museum vertelt het verhaal van de stad, over toen, nu en straks. Vier kernwaarden – ondernemerschap, vrijdenken, creativiteit en burgerschap – kenmerken de identiteit van de stad. Aan de hand van deze begrippen wordt de geschiedenis tot leven gebracht en gekoppeld aan heden en toekomst. Het museum ziet het als zijn maatschappelijke taak om het verhaal van Amsterdam toegankelijk te maken en aan een zo breed mogelijk publiek te presenteren. Amsterdam Museum wordt structureel gesteund door de BankGiroLoterij en de Gemeente Amsterdam.

Amsterdam Museum ontvangt een substantiële financiële bijdrage van de Gemeente Amsterdam.

Museum Het Rembrandthuis Amsterdam
Rembrandt woonde en werkte tussen 1639 en 1658 in dit prachtige en monumentale huis, dat nu een museum is. Aan de hand van een inventarislijst uit die tijd is het huis heringericht met meubels, kunst en voorwerpen uit de 17e eeuw. In het Rembrandthuis zijn dagelijks ets- en verfdemonstraties, die laten zien hoe hij destijds werkte. Het Rembrandthuis bezit de bijna complete etsencollectie van Rembrandt. Daarnaast zijn er in de moderne museumvleugel regelmatig tijdelijke exposities met werk van Rembrandt, tijdgenoten en latere kunstenaars.

Museum Het Rembrandthuis ontvangt een substantiële financiële bijdrage van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Bron: PERSBERICHT Museum Het Rembrandthuis Amsterdam 11 oktober 2017