Fascinerende portretten

Charlotte du Val d’Ognes
Het schilderij ‘Charlotte du Val ‘Ognes’ werd getoond in de salon van 1801. Eerst werd het portret ‘Charlotte du Val d’Ognes’ toegeschreven aan Jacques-Louis David, waar Marie-Denise Villers een leerlinge van is geweest. Daarna werd aangenomen dat het een werk van de Franse kunstenaar Constance Marie Charpentier  betrof.

Tot Margaret Oppenheimer in 1996 met succes kon aantonen dat Marie-Denise Villers (1744-1821) de ware ontwerper van dit schilderij was en Anne Higonnet kon bewijzen dat het hier om een zelfportret ging.

De Franse Marie-Denise Villers was behalve van David ook een getalenteerde leerlinge van Anne Louis Girodet-Trioson (1767-1824), Anne-Louis Girodet-Trioson, François Gérard en pas later van Jacques-Louis David. Zij werkte in een classicistische stijl,
‘Charlotte du Val ‘Ognes’  uit 1801, is haar bekendste werk. Het schilderij hangt nu in het Metropolitan Museum of Art in New York*.

Villers_Young_Woman_Drawing

Dit schilderij van Marie-Denise Villers werd bekend als ‘Charlotte du Val d’Ognes’, ca. 1801, olieverf op doek, 162.5 x 129.5 cm, The Metropolitan Museum of Art, New York

Une-tude-de-femme-d-apr-s-nature-portrait-de-madame-soustras

Marie Denise Villers. Study of a Woman in Nature (also sometimes called Madame Soustra). 1802.

Van Marie-Denise Villers zijn slechts twee schilderijen bewaard gebleven, ‘Charlotte du Val ‘Ognes’ en ‘Study of A Woman After Nature’, 1802. Allebei de kunstwerken zijn adembenemend mooi en ik weet niet waarom maar het eerste portret vooral fascineert mij. Niet op het eerste gezicht maar wel toen ik er langer naar keek, er valt zoveel op te zien. Zoals;

– Het uitzicht door het Louvre raam
– De achtergrond van ditzelfde uitzicht
– De kleine details aan de jurk
– En de dromerige ogen

CEGQ1bZW8AECs6T Het uitzicht door het raam bijvoorbeeld op ‘Charlotte du Val ‘Ognes’ is al een schitterend schilderijtje op zichzelf. Op Journal18 is te lezen dat het uitzicht via een Louvre-raam de revolutionaire hoop van vrouwen uitdrukte.

GND-1058
Women Paintings by Women Stamps

Voor een ongehuwde vrouw in die tijd was het niet gepast om zich alleen buitenshuis te begeven. En ook werd het talent of gerealiseerd werken van vrouwen toen niet erkend of geaccepteerd onder hun eigen naam. Zo daalde het werk Charlotte du Val ‘Ognes dan ook sterk in waarde toen bekend werd dat het geen werk van David betrof. Vandaag de dag weten wij dat een van de beste portretten uit het classicisme is.

De details Kijk bijvoorbeeld eens goed naar het lint, en de rimpels eronder, van haar jurk. Alles is zo realistisch weergegeven dat het hier evengoed om een foto zou kunnen gaan. IMG_20180430_104957

De eerder genoemde achtergrond
, dat zou er eigenlijk ook zomaar een van de Grieks-Italiaanse kunstschilder Giorgio de Chirico kunnen zijn.
De_Chirico's_Love_Song

En dan die ogen! Dromerig, bezield en zelfbewust, geconcentreerd of gelaten? Waar denkt zij aan en waar kijkt ze naar, opkijkend vanaf haar tekentafel op haar schoot? IMG_20180430_104544

Tekst loopt door onder de video

Meer lezen over het schilderij
Young woman drawing – Museum The Met
Artikel over de toewijzing van ‘Young woman drawing’
Artikel ‘Kijken door een Louvre raam’

Slow watching museum

Museum Boijmans van Beuningen wil bezoekers verleiden om langer dan de gemiddelde 8 seconden naar een kunstwerk te kijken met de collectieopstelling: De collectie als tijdmachine.

Slow watching
Door middel van ‘slow watching’ kun je zoveel meer uit schilderijen en andere kunstwerken halen. Een (korte) leestip over het begrip slow watching is: Kunst is een pispot.

Gebruikte bron: *The Met en Journal18

Het vernieuwde Frans Hals Museum opent met Rendez-Vous met Frans Hals

Het Frans Hals Museum en De Hallen Haarlem treden, na lang flirten en elkaar het hof maken, op 29 maart 2018 in het huwelijk. De twee musea, gaan vanaf die dag verder als één museum op twee locaties onder de naam Frans Hals Museum (Hof en Hal) en met een website, een huisstijl en een vernieuw(en)d en onderscheidend tentoonstellingsprogramma waarin oude en hedendaagse kunst afzonderlijk en de mix tussen beiden centraal staat. Het vernieuwde museum opent met de experimentele
collectietentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals waarin persoonlijke interpretaties van hedendaagse kunstenaars en kunstkenners op originele en imaginaire schilderijen van de meester centraal staan. De tentoonstelling loopt van 30 maart t/m 16 september in Hal en 30 september in Hof.

nr._b.jpg
Luuk Wilmering, The Civic Guard Portrait Groups – 2015
(een werk in 6 collages)

Vernieuwd museum
Het vernieuwde Frans Hals Museum beschikt over een uitmuntende collectie Oude Meesters, maakt hoogwaardige tentoonstellingen over kunst uit de Gouden Eeuw én realiseert opmerkelijke exposities met toonaangevende hedendaagse kunstenaars. In zogenaamde ‘fusiontentoonstellingen’ worden oude kunst en kunst van nu samengebracht. Het museum zal oude naast nieuwe(re) kunst presenteren en zal 16e en 17e-eeuwse kunstwerken onderwerpen aan een 21e-eeuwse interpretatie die niet noodzakelijk strookt met een eigentijdse benadering. Het museum vult hiermee de klassieke kunsthistorische benaderingen aan met andere stemmen en additionele verhaallijnen die eerder associatief dan chronologisch zijn en die de bestaande visie op kunst – van Frans Hals, maar ook van kunst in algemenere zin – niet alleen verrijken, maar ook bevragen en ter discussie stellen.

nr._d.jpg
Luuk Wilmering, The Civic Guard Portrait Groups – 2015
(een werk in 6 collages)

Het museum biedt de bezoeker daarmee een unieke en prikkelende mix van traditie en toekomst, van verfstreken en pixels. Het vernieuwde museum kenmerkt zich straks ook door een frisse en elegante nieuwe huisstijl, met een nieuwe, informatieve en speelse website. Beide locaties, Hof – aan het Groot Heiligland en Hal – aan de Grote Markt, zijn toegankelijk met één entreebewijs.

Rendez-Vous met Frans Hals
Ter ere van de opening staat in Rendez-Vous met Frans Hals de ontmoeting tussen ‘huismeester’ Frans Hals en hedendaagse kunstenaars en Oude Meester-kenners centraal. Originele en ‘imaginaire’ schilderijen van Frans Hals zijn onderwerp van subjectieve interpretaties van kunstkenners en kunstenaars. Door de hele tentoonstelling weerklinkt een koor van verschillende stemmen: schilders en fotografen, conservatoren en kunsthistorici reageren op eigenzinnige manieren op de schilderijen van de Haarlemse virtuoos. De tentoonstelling verspreidt zich over de twee locaties van het museum (Hof en Hal).

V. l.n.r.: Frans Hals, Portret van een dame met handschoenen, c. 1645/50
Foto: Arend Velsink | Creditline: Particuliere collectie ter ere van| Private collection in honour of Doris Morksy & Frans Hals, Portret van een dame met handschoenen, c. 1645/50, Particuliere collectie ter ere van Doris Morksy Koos Breukel, Cosmetic View (Gwennie), 2005, Frans Hals Museum Haarlem

In het Frans Hals Museum (vanaf maart: locatie Hof) wordt de nadruk gelegd op de topstukken van Frans Hals die zich in de eigen collectie bevinden. Zo’n twintig hedendaagse kunstenaars en kunsthistorici die een speciale relatie hebben met het museum, Hals en zijn werk wordt gevraagd om collectiestukken te ‘herinterpreteren’. Hedendaagse kunstenaars als Anton Henning & Jasper Hagenaar, Hans Aarsman & Roy Villevoye gebruiken verschillende schilderijen van Hals als startpunt voor nieuw werk en laten zien hoe goed Frans Hals’ schuttersstukken en portretten zich naar het heden laten vertalen. Bijdragen zijn o.a. afkomstig van de conservatoren van het Frans Hals museum, experts als Claus Grimm, Frans Grijzenhout, Norbert Middelkoop en kunstenaars als Shezad Dawood, Michael Borremans, Jan Andriesse, Laurence Aegerter, Luuk Wilmering, Nedko Solakov en Nina Katchadourian.

Regentessen-116
Frans Hals, De regentessen van het Oudemannenhuis, ca. 1664
Foto: René Gerritsen

Het tweede deel van de tentoonstelling in De Hallen Haarlem (vanaf maart: locatie Hal) is het vertrekpunt het imaginaire oeuvre van Frans Hals: werken die niet (langer) bestaan of zichtbaar zijn of zelfs nooit hebben bestaan. Kunstenaars reageren op werken van Hals die alleen in de literatuur bestaan die door bombardementen of andere historische gebeurtenissen zijn vernietigd, die verborgen zijn of die op een andersoortige manier uit de geschiedenis zijn gewist en tot het domein van de fictie behoren. Om een bredere context te bieden worden deze interpretaties van Hals gecombineerd met hedendaagse films en installaties waarin het ‘kunstwerk dat louter in de verbeelding bestaat’ centraal staat. Met bijdragen o.a. Mieke Bal, Batia Suter, Cédric Noël, Koos Breukel, Melvin Moti, Pavel van Houten, Pierre Bismuth, Pieter Vermeersch, Riet Wijnen en Saskia Noor van Imhoff.

Platform voor nieuw werk
Het veelomvattende tentoonstellingsproject Rendez-Vous is een transhistorisch experiment – het verbindt kunst uit verschillende tijdsvakken, periodes en stijlen – en biedt een platform voor hedendaagse kunstenaars om nieuw werk te ontwikkelen dat rechtstreeks geïnspireerd is door meesterstukken uit de Gouden Eeuw. Tegelijkertijd biedt de tentoonstelling het publiek een veelzijdige blik op de kunstenaar die de naamgever is van het Frans Hals Museum en die sinds de 19e eeuw te boek staat als een Moderne Meester.

Rendez-vous met Frans Hals wordt mogelijk gemaakt door ondersteuning van de Van Toorn Scholten Stichting.

 

DRIE TOPSTUKKEN VAN FRANS HALS NA VIER JAAR WEER TE ZIEN

Persbericht Frans Hals Museum | Haarlem, 17 januari 2018

Na een onderzoeks- en restauratieproces van vier jaar in het atelier van het Frans Hals Museum zijn de wereldberoemde regentenportretten van Frans Hals voor het eerst weer alle drie te bewonderen. De laatst gedocumenteerde restauratie aan de stukken dateerde van zo’n 100 jaar terug. Onder de titel Zo goed als nieuw? zijn de werken van 18 januari tot en met 18 maart te zien. Van het jarenlange restauratietraject is een documentaire gemaakt die bij de werken wordt getoond en door de AVROTROS wordt uitgezonden.

Zo goed als nieuw?
Het betreft de Regenten van het St. Elisabeths Gasthuis (1641), de Regenten van het Oudemannenhuis en de Regentessen van het Oudemannenhuis (beide ca. 1664). De schilderijen worden de komende twee maanden elk in een aparte ruimte tentoongesteld. Zo is er alle aandacht voor het schilderij, als een eerbetoon aan meesterschilder Frans Hals. Een begeleidende audio bij elk werk, ingesproken door de restauratoren, verdiept voor de bezoeker de kijkervaring. In de eerste zaal wordt een documentaire getoond, die informatie geeft over het onderzoek en het restauratieproces.

PolaNorm-Montage

Foto René Gerritsen – De Regenten van het St. Elisabeths Gasthuis (1641)

De laatste keer dat de drie werken volledige restauraties ondergingen is een kleine 100 jaar geleden. De recente restauratie was noodzakelijk voor het behoud van de kunstwerken voor de toekomst, maar ook vanwege de slechte esthetische toestand. Gele vernislagen, oude verkleurde retouches en overschilderingen werden verwijderd, het doek werd verstevigd en beschadigingen geretoucheerd. Door de restauratie zijn de compositie en de verfstreken van Frans Hals weer beter zichtbaar. Hierdoor wordt de bezoeker uitgenodigd tot een hernieuwde kennismaking met de bijzondere artistieke kwaliteiten van deze kunstenaar.

Nieuwe inzichten over de meesterschilder
Het onderzoek heeft tijdens de recente restauratie veel nieuwe inzichten gegeven in de werkwijze van Frans Hals, in de oorspronkelijke verschijningsvorm van de schilderijen en in de mate waarin ze in de loop der tijd veranderd zijn. Zo bleken bijvoorbeeld de tafelkleden en gordijnen in de Regenten en Regentessen van het Oudemannenhuis sterk verkleurd. Oorspronkelijk waren ze grijs-groen. De restauratoren hebben samengewerkt met diverse onderzoekers uit binnen- en buitenland. Er volgt nog een wetenschappelijke publicatie over het onderzoek in het kader van het op te richten kenniscentrum van het museum.

Regentessen-116

Foto René Gerritsen – De regentessen van het Oudemannenhuis (ca. 1664)

Documentaire
Documentairemakers Marcel van der Velden en Krista Arriëns hebben het team van restauratoren gedurende meerdere jaren gevolgd en hebben er de documentaire Dichterbij Halsover gemaakt. Deze wordt op 28 januari om 17.40 uur uitgezonden door de AVROTROS tijdens Kunstuur op NPO2.

Nieuw: Extra ‘vrolijke noot’ bij De kunst van het lachen. Humor in de Gouden Eeuw
Vanaf 18 januari voegt kunstenaar Nedko Solakov een extra vrolijke en hedendaagse noot toe aan de tentoonstelling De kunst van het lachen. Humor in de Gouden Eeuw. Hiermee geeft het museum uiting aan zijn visie om oude kunst en hedendaagse kunst te verbinden. Nedko Solakov (Bulgarije, 1957) studeerde traditionele muurschilderingtechnieken aan de academie van Sofia en combineert deze ‘klassieke’ achtergrond met een meer conceptuele praktijk en een sterke zin voor het absurde. Vanuit die invalshoek zorgt Solakov voor een eigentijdse kwinkslag en knipoog die de humor van de meesters uit de Gouden Eeuw met het hier en nu verbindt.

 

De restauratie en het onderzoek werd mogelijk gemaakt dankzij de BankGiro Loterij, Vrienden van het Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem, Mondriaan Fonds en hetPrins Bernhard Cultuurfonds dankzij zijn Atelierpraktijkenfonds. Het Elisabeth van Thüringenfonds heeft in 2011 het schilderij Regenten van het Sint Elisabeth’s Gasthuis geschonken aan de collectie van het Frans Hals Museum.

Dieren doorgelicht

PERSBERICHT Het Natuurhistorisch
16 januari 2018

Expositie röntgenkunst van Arie van ’t Riet Dieren doorgelicht in Het Natuurhistorisch

kameleon_hangbegonia_ingekleurde_rontgenfoto_Arie_van_t_Riet

Kameleon met hangbegonia – ingekleurde röntgenfoto. (Foto Arie van ’t Riet)

In het Natuurhistorisch Museum Rotterdam is van 21 januari t/m 8 april 2018 röntgenkunst van Arie van ’t Riet te zien in de tentoonstelling ‘Doorgelicht‘.

Van ’t Riet is gepensioneerd technisch natuurkundige. Hij maakte tijdens zijn werkzame leven duizenden klinische röntgenfoto’s. Nu maakt hij nog steeds röntgenfoto’s, maar dan van natuurtaferelen die hij opbouwt met dode dieren en verse planten. Na inscannen van de analoge röntgenfilm en met minimale digitale beeldbewerking – inverteren, kalibreren en wat kleur in de planten – ontstaan verrassende dierenfoto’s die met nadruk op het binnenste letterlijk anders belicht zijn.

kikker_gele-plomp_ingekleurde_Rontgentfoto_Arie_van_t_Riet
Kikker met gele plomp – ingekleurde röntgenfoto. (Foto Arie van ’t Riet)

Het Natuurhistorisch maakte voor de tentoonstelling ‘Doorgelicht’ een selectie uit het werk van Arie van ’t Riet, waaronder een vliegende uil, een zwemmende kikker, een zingende merel, kronkelende palingen en een gravende mol. Preparaten uit de museumcollectie completeren de expositie.

bosuil_in_vlucht_ingekleurde_rontgenfoto_Arie_van_t_Riet
Bosuil in vlucht – ingekleurde röntgenfoto. (Foto Arie van ’t Riet

Naast het esthetische aspect werd hierbij ook geselecteerd op het biologische. De foto’s leggen namelijk interessante dierenkenmerken bloot. Zo blijkt de punt van de vogelvleugel slechts vijf complexe botten te bevatten, met als resultaat een stevig skelet waar veren ingeplant zijn. Op de röntgenfoto van een vliegende uil is ook duidelijk te zien dat die veren voor het grote oppervlak van de vleugels zorgen. In een tafereel met een kikker valt op dat deze dieren slechts vijf tot negen wervels hebben. Ook lijken ze een extra stuk onderbeen te hebben. Dat zijn eigenlijk het sprongbeen en het hielbeen. Bij mensen zijn dit korte en compacte botten in de voet, bij kikkers zijn ze verlengd om beter te kunnen springen.

‘Doorgelicht’ is een expositie op het raakvlak van kunst en natuurwetenschap. De bezoeker geniet van de schoonheid van de beelden en leert gelijktijdig iets over de bouw van dierenskeletten.

9200000079530393 In 201 7 verscheen bij uitgeverij Gottmer het boek ‘Binnenstebinnen‘ met dierenverhalen van Jan Paul Schutten bij röntgenfoto’s van Arie van ’t Riet. Het is te koop in de Museumwinkel.

Microscoop finalist in het Pronkstuk van Nederland

De microscoop van Antoni van Leeuwenhoek is winnaar in de categorie
‘ontwerp’ van het Pronkstuk van Nederland en daarmee door naar de eindfinale maakte presentator Jort Kelder dinsdagavond, 23 januari 2018, in de tv-uitzending bekend.

Het eenvoudige ontwerp van een van de belangrijkste Nederlandse uitvindingen laat zien waar het in de wetenschap om draait: nieuwsgierigheid, lef, creativiteit en
doorzettingsvermogen.

Met zijn microscoop ontdekte Antoni van Leeuwenhoek in 1673 een compleet nieuwe wereld en zag als eerste bacteriën. Of dit grensverleggende microscoopje als winnaar uit de bus komt, bepaalt Nederland!

Wilfred de Bruijn pleit als ambassadeur voor de microscoop als hét Pronkstuk
van Nederland

Rijksmuseum Boerhaave
Voor zover bekend zijn er 11 microscopen bewaard gebleven. Rijksmuseum
Boerhaave heeft er vier in de collectie. Met een collectie die vijf eeuwen
onderzoek en innovatie toont, en een intensieve samenwerking met
kopstukken uit de wetenschap van vandaag, biedt Rijksmuseum Boerhaave
bezoekers van alle leeftijden een intrigerende kijk in de wereld van
wetenschap en geneeskunde. Onder de getoonde topstukken bevinden zich
de microscopen van Antoni van Leeuwenhoek.
Bron en foto: PERSBERICHT Rijksmuseum Boerhaave  Museum Boerhaave krijgt Van Leeuwenhoek microscoop in bruikleen
Uitgelichte foto: Rob Koopman via Wikimedia


Woensdag en donderdag worden de winnaars in de categorieën Erfgoed en Kunst gekozen. Kijk om 21:10 uur naar NPO 2 en stem op uw favoriet. Op vrijdag kiest het publiek de overall winnaar; het pronkstuk van Nederland. U kunt dan online of – tijdens de live-uitzending – telefonisch stemmen op uw favoriete object.

Woensdag 24 januari: Finale categorie Erfgoed
Donderdag 25 januari: Finale categorie Kunst
Vrijdag 26 januari: Grande finale met verkiezing van het pronkstuk van Nederland

Bron en foto: Pronkstuk van Nederland

 

Groeten uit Scheveningen

strand-te-scheveningen-joseph-bles-derde-kwart-19de-eeuw-collectie-haags-historisch-museum
Strand te Scheveningen, Joseph Bles, derde kwart 19de eeuw, collectie Haags Historisch Museum (550 KB, 72 dpi)

Persbericht
Den Haag, 23 januari 2018

Zomerse familietentoonstelling Groeten uit Scheveningen brengt het strand naar de stad

Van 30 juni tot en met 11 november 2018 organiseert het Haags Historisch Museum de zomerse familietentoonstelling Groeten uit Scheveningen. De expositie is onderdeel van het themajaar Feest aan Zee, dat het 200-jarige bestaan van Scheveningen als badplaats viert.een-meisje-met-poppenwagen-op-het-strand-op-de-achtergrond-het-wandelhoofd-wilhelmina.-foto-ca-1905-onbekende-fotograaf.-collectie-hga-72dpi.jpg
Een meisje met poppenwagen op het strand, op de achtergrond het wandelhoofd Wilhelmina. Foto, ca 1905, onbekende fotograaf. Collectie HGA (911 KB, 72 dpi)

Met Groeten uit Scheveningen haalt het Haags Historisch Museum het strand naar de stad. De expositie neemt bezoekers mee op reis door de 200-jarige geschiedenis van deze populaire badplaats. Je beleeft een compleet zomers dagje uit op Scheveningen: van een plekje zoeken op het strand tot flaneren op de boulevard. De tentoonstelling zit vol leuke doe-activiteiten voor jong en oud: maak een quiz, verstuur een ouderwetse ansichtkaart, ga op de foto in badkleding van vroeger en zet zo snel mogelijk een strandstoel in elkaar.

Bijzondere affiches, foto’s, badmode en schilderijen leren je op speelse wijze hoe Scheveningen zich in de loop der jaren ontwikkelde tot de drukbezochte badplaats die het nu is. Wist je bijvoorbeeld dat vrouwen vroeger een strandpyjama droegen, er ooit struisvogels op de boulevard liepen en badgasten zich in zee lieten rijden in een koets? Je ontdekt het in deze tentoonstelling met altijd-mooi-weer-garantie – vergeet je zonnebril niet mee te nemen!

op-de-pier-van-scheveningen-in-1941-wim-berssenbrugge-agfacolor-24-x-36-mm-stereo-paar-b-80-collectie-haags-historisch-museum
Op de pier van Scheveningen in 1941, Wim Berssenbrugge, collectie Haags Historisch Museum (Agfacolor 24 x 36 mm stereo paar B-80) (810 KB, 72 dpi)

Themajaar Feest aan Zee
Groeten uit Scheveningen is onderdeel van de programmering van Feest aan Zee, 200 jaar badplaats Den Haag Scheveningen. In 1818 bouwde Jacobus Pronk het eerste badhuis op Scheveningen. Dit jaar biedt de stad haar inwoners en bezoekers een zee aan festiviteiten. De badplaats staat in de spotlights en de hele stad feest mee met festivals, exposities en voorstellingen.

Portret van Felix Auerbach door Edvard Munch nieuwste aanwinst in collectie Van Gogh Museum

Het Van Gogh Museum heeft zijn collectie verrijkt met een schilderij van Edvard Munch. Het betreft het portret Felix Auerbach dat de Noorse schilder in 1906 maakte in opdracht van de Duitse natuurwetenschapper Auerbach. Het is het eerste portret van Munch in een Nederlandse collectie. Het werk werd vanochtend, op de 74e sterfdag van Munch, voor het eerst aan het publiek getoond. Het schilderij is het enige portret van Munch in een Nederlandse collectie en het is tevens de eerste keer dat het schilderij in Nederland te zien is.

Het monumentale schilderij, geschilderd in expressieve kleuren, is kenmerkend voor het oeuvre van Munch en past naadloos in de collectie van het Van Gogh Museum. Zowel het werk als de levens van Vincent van Gogh en Edvard Munch vertonen opvallende parallellen. “Dat wij onze collectie nu hebben kunnen verrijken met een prachtig schilderij van Munch, waarin zijn affiniteit met Van Gogh ook nog eens duidelijk zichtbaar is, is de vervulling van een langgekoesterde droom.” aldus Axel Rüger, directeur van het museum.

Felix Auerbach is vanaf vandaag te zien in de vaste collectie van het museum op de derde verdieping, waar het in een speciaal daartoe ingerichte presentatie tussen andere portretten van Van Gogh en moderne kunstenaars als Kees van Dongen en Jan Sluijters hangt.

unnamed (5)
Directeur Axel Rüger en conservator Maite van Dijk naast het schilderij Felix Auerbach (1906) van Munch. Het portret is de nieuwste aankoop in de collectie van het Van Gogh Museum en wordt tentoongesteld in een speciaal voor dit werk ingerichte presentatie.

Felix Auerbach

Edvard Munch (1863-1944) maakte het werk in opdracht van de geportretteerde: de Duitse natuurwetenschapper Felix Auerbach (1856-1933), destijds werkzaam als professor aan de universiteit van Jena. Auerbach maakte deel uit van de culturele elite en hij was, samen met zijn vrouw Anna, erg in kunst geïnteresseerd. Eind 1905 brachten zij samen een bezoek aan het archief van Nietzsche en zagen daar het portret dat Munch van de filosoof onder handen had. Ze waren diep onder de indruk en nodigden de schilder kort daarop uit in Jena. Voor het bedrag van 500 mark schilderde Munch in februari 1906 het portret van Auerbach.

Het portret is zeer karakteristiek voor het oeuvre van Munch en eveneens kenmerkend voor zijn werken uit deze periode. Het schilderij van Felix Auerbach wordt gezien als een van de beste portretten van Edvard Munch uit het eerste decennium van de twintigste eeuw. Auerbach is door Munch met veel bravoure en overtuiging neergezet als een assertieve man van de wereld die de beschouwer zelfverzekerd aankijkt.

Munch & Van Gogh

Vincent van Gogh en Edvard Munch worden vaak in één adem genoemd, hoewel de kunstenaars elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet hebben. Munch koesterde een grote bewondering voor Van Gogh, wiens werk hij rond 1890 leerde kennen. Net als Van Gogh streefde hij naar modernisering van de kunst. Beiden ontwikkelden een expressieve en kleurrijke beeldtaal om uiting te geven aan de universele emoties van het menselijk bestaan, waarbij Munch op onconventionele wijze met zijn materiaal en technieken experimenteerde. In 2015 was in het Van Gogh Museum de tentoonstelling Munch : Van Gogh te zien, waarin de parallellen tussen beide kunstenaars duidelijk naar voren kwamen.

De overeenkomsten tussen Munch en Van Gogh zijn met name in hun portretkunst heel sterk en overtuigend te zien. Zo is het expressieve kleurgebruik terug te zien in het portret van Felix Auerbach. Munch heeft ervoor gekozen de geportretteerde voor een ondefinieerbare oranjerode achtergrond af te beelden. Van Gogh koos dikwijls voor eenzelfde aanpak.

Gezien de vele artistieke en persoonlijke overeenkomsten tussen Van Gogh en Munch is dit portret van Felix Auerbach een fantastische aanvulling op de collectie van het Van Gogh Museum.

Speciale presentatie

Het is de eerste keer dat dit portret, dat nog zijn originele lijst heeft, in Nederland te zien is. Het monumentale, expressieve en karakteristieke portret van Felix Auerbach is het enige portret van Munchs hand in Nederland.

Tot nu toe was het enige andere schilderij van Munch in een Nederlandse collectie een figuurstuk uit 1905 in Museum Boijmans van Beuningen. Daarnaast heeft het Van Gogh Museum het schilderij Vruchtbaarheid (1899-1900) uit een particuliere collectie in langdurig bruikleen.

Felix Auerbach is vanaf vandaag te zien in een speciaal daartoe ingerichte presentatie op de derde verdieping van de vaste collectie van het museum. Het Van Gogh Museum toont in dit gedeelte van het museum de invloed van Vincent van Gogh op zijn tijdgenoten en de eerste generatie kunstenaars na hem.

In de presentatie wordt het portret samengebracht met schilderijen die verwant zijn qua kleurgebruik, thema en compositie, zoals De zoeaaf(1888) van Van Gogh en monumentale portretten van andere kunstenaars die zich hebben laten inspireren door Van Gogh, zoals De blauwe japon (1911) van Kees van Dongen en Jan Sluijters’ Salomon Beffie (1912). Het portret Felix Auerbach zal permanent te zien zijn.

De aankoop van dit belangrijke werk is mede mogelijk gemaakt door de genereuze steun van de deelnemers van de BankGiro Loterij, de Vereniging Rembrandt, mede dankzij haar Maljers-de Jongh Fonds, en het Prins Bernhard Cultuurfonds, het VSBfonds en de leden van The Yellow House (de benefactors van het museum).

Edvard Munch

Edvard Munch, Felix Auerbach, 1906

PERSBERICHT | 23 januari 2018

PIETER POURBUS. MEESTER-SCHILDER UIT GOUDA

MG1753_campagnebeeld_Pourbus_WTK8_A4_gestreken_3mm

Pieter Pourbus – de Annunciatie, collectie Museum Gouda, foto: Tom Haartsen

Persbericht Museum Gouda

Bijna 500 jaar nadat Pieter Pourbus in Gouda werd geboren organiseert Museum Gouda een tentoonstelling over de schilder die in zijn tijd tot de absolute top behoorde. In Nederland werd niet eerder een tentoonstelling aan deze kunstenaar gewijd. Het is hoog tijd dat ons land kennismaakt met Pieter Pourbus, meester-schilder uit Gouda.

Pieter Pourbus werd beroemd in Brugge, in de zestiende eeuw een van de rijkste steden van de Nederlanden. Vooraanstaande burgers, gilden en religieuze broederschappen gaven hem prestigieuze opdrachten. Nog steeds zijn in veel Vlaamse kerken de altaarstukken van Pourbus de meest gekoesterde schatten. Musea over de hele wereld hebben zijn schilderijen in hun collecties. Ook Museum Gouda heeft twee topwerken van Pieter Pourbus. Het zijn prachtige schilderijen, waarvan er één is gemaakt voor de Goudse Sint-Jan, de kerk die beroemd is om zijn gebrandschilderde glas-in-loodramen en naast het museum ligt.

De zestiende eeuw was een woelige periode, die ook Gouda en Brugge niet ongemoeid liet. Beide steden hadden te kampen met economische tegenslag. Religieuze twisten leidden in Gouda tot de overgang tot het protestantisme en in Brugge tot een tijdelijk calvinistisch bewind. Op een kantelpunt in de geschiedenis maakte Pourbus altaarstukken voor de katholieke kerken.

De tentoonstelling brengt de wereld van Pourbus tot leven en laat zien hoe hij de meest toonaangevende schilder van zijn tijd wordt. De schilderijen van Museum Gouda worden geflankeerd door meesterwerken uit Schotland, België, Frankrijk en Engeland, met als absolute hoogtepunt de Van Belle-triptiek, die voor het eerst sinds 1556 Brugge verlaat. Het laat de renaissanceschilder Pieter Pourbus op zijn allerbest zien: we zien een treurende Maria, omringd door zeven momenten van verdriet en pijn in haar leven.

Als portrettist was Pourbus’ roem niet minder groot. Voor de well-to-do van de zestiende eeuw was hij de logische keuze. Op magistrale wijze legde Pourbus de zelfverzekerde Jan van Eyewerve en Jacquemyne Buuck vast, met op de achtergrond de economische bedrijvigheid in Brugge. Op de Kraanplaats worden tonnen wijn gelost, ongetwijfeld een verwijzing naar de handel van Van Eyewerve. Het zijn deze prestigieuze opdrachten van de kerkelijke en burgerlijke elite die van Pourbus dé schilder van Brugge maakte. Vanaf 18 februari 2018 kan het Nederlands publiek kennis maken met de grootste schilder die Gouda ooit heeft voortgebracht.

De tentoonstelling is in nauwe samenwerking met Musea Brugge tot stand gekomen. In het Groeningemuseum waar de expositie nog tot en met 21 januari te zien is.

Vanaf 17 februari neemt Museum Gouda het over. Tot en met 17 juni kun je hier kennis maken met de nu nog onbekende meester uit Gouda.

 

Om je te verwonderen ga je naar Teylers

Entree_Teylers_Museum

Fotokrediet Teylers Museum, Haarlem, the Netherlands, CC BY-SA 3.0 nl

(Een van 🙂) mijn favoriete musea
Het eerste museum dat ik 2018 wilde bezoeken was het Teylersmuseum. Teylers maakte al bij het eerste bezoek diepe indruk op mij vanwege zijn monumentale uitstraling, zijn interessante geschiedenis en de beleving op zich (alles in het museum is een lust voor het oog). Het Teylers museum is het oudste museum van Nederland en het enige museum, door Robbert Dijkgraaf ook wel een tempel genoemd, waar kunst en wetenschap hand in hand gaan.

IMG_20180102_191526.jpg

Foto @LiRiAn-Art

Het museum van de verwondering
‘Teylers, museum van de verwondering, is sinds de opening in 1784 de plek voor nieuwsgierige geesten. Bekende en minder bekende wetenschappers, kunstenaars en bezoekers stelden hier belangrijke vragen over hun tijd. De onderzoeksfunctie van het museum verdween in de loop van de 20e eeuw, maar komt nu met de opening van het Lorentz Lab weer tot leven.’ Bron: Teylers  

dav

 Foto @LiRiAn-Art 

De Lorentz Formule
Pieter_TeylerFotokrediet Teylers Museum, Haarlem, the Netherlands, CC BY-SA 3.0 nl 

Het bezoek van vandaag was gekozen voor de Lorentz formule, een theatrale tour door het leven en werkplaats van de Nobelprijswinnaar Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928). Lorentz, die in 1909 door Pieter Teyler van der Hulst uit Leiden naar Haarlem gehaald werd, kreeg in het Teylers Museum zijn eigen laboratorium. Hier deed Lorentz tot aan zijn dood o.a. onderzoek naar elektromagnetische straling. Ook Einstein, die Lorentz als zijn mentor en leermeester beschouwde, kwam hier wel eens langs. (Lees verder in het onderstaand persbericht van Teylers)

mde

Foto @LiRiAn-Art

Lorentz tour
Tijdens de tour gingen we terug in de tijd en ontdekte meer over de kracht van Lorentz (De kracht die op een lading wordt uitgeoefend door een elektromagnetisch veld’) en hoorde we o.a. meer over de Zuil van Volta, de kooi van Faraday en de wetten van James Clerk Maxwell (de snelheid van het licht) en kregen een demonstratie van de Grote Elektriseermachine.

Wist je dat
Op 17 oktober 2017 ontving Teylers Museum haar 100.000ste bezoeker.

Tip
Volg de blog pagina van het Teylers

“De tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren” Albert Einstein

Tijd
Is tijdreizen mogelijk? Hoe zou je leven als je terug kon in de tijd? Of als tijd er helemaal niet toe zou doen? En zo zijn er nog wel een paar dingen die je kunt zeggen over tijd. Zoals bijvoorbeeld het Afrikaanse gezegde; ”In het westen hebben ze horloges, maar wij hebben de tijd.”

Gratis download
Klik hier voor een gratis mini essay, van Bloggend Bewegen, over het begrip tijd. De tijd bestaat alleen maar omdat anders alles tegelijk zou gebeuren - Albert Einstein 



Persbericht Teylers Museum
Met de theatrale tour De Lorentz Formule gaan bezoekers in het Lorentz Lab terug in de tijd; naar de periode 1909-1928 toen Nobelprijswinnaar Hendrik Antoon Lorentz in Teylers Museum zijn eigen bloeiende laboratorium had. En zelfs nog verder terug, naar de 18e eeuw toen Teylers topstuk De Grote Elektriseermachine in Haarlem werd geïnstalleerd, waar vonken van wel zestig centimeter konden afspatten. De machine trok bewonderaars van over de hele wereld, onder wie de Franse keizer Napoleon.

De Lorentz Formule biedt een spectaculaire belevenis die exclusief in het Lorentz Lab te ervaren is. Theatermaker Rieks Swarte verdiepte zich in het leven van de onkreukbare geleerde en vatte het leven van Lorentz in een bijzondere theatrale formule.

Met deze 50 minuten durende tour maakt Swarte complexe materie toegankelijk. Als bezoeker duik je in het leven van de belangrijke Nederlandse natuurkundige Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928). In zijn werkkamer en lab ontdek je wie Lorentz was en hoe belangrijk hij voor de wetenschap is geweest. In deze werkkamer rekende Lorentz acht jaar lang aan oplossingen voor de huidige Afsluitdijk. Op zijn bureau ligt nog zijn correspondentie met zijn jonge fan Albert Einstein. Klapstuk van de tour is de finale, als een replica van de Grote Elektriseermachine wordt aangezwengeld.

De Lorentz Formule is een coproductie van Teylers Museum en Swarte Kunst in samenwerking Toneelschuur Producties.

Reserveer je plaats!
Bezoek net als Albert Einstein het Lorentz Lab en ontdek hoe Teylers Museum al sinds zijn oprichting in 1784 een plek is om je te verwonderen. De tour is geschikt voor iedereen van 10 tot 100 jaar, natuurkundige kennis is niet vereist. Per keer kunnen twintig bezoekers mee. Verzeker jezelf van een plek en reserveer online.

Dankzij de deelnemers van de BankGiro Loterij wordt de theatrale tour gratis aangeboden. Je betaalt alleen 1 euro p.p. reserveringskosten, plus toegang tot het museum. Het Lorentz Lab is alleen te bezoeken door deel te nemen aan De Lorentz Formule.

Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag: 12.30u, 14.00u, 15.30u
Weekenden en feestdagen: 11.15u, 12.45u, 14.15u, 15.45u

Er is plaats voor 20 personen per tour.
Je kunt online reserveren.

In het Lorentz Lab is een lift aanwezig, niet alle ruimtes zijn toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

Einde Persbericht

 

 

Tentoonstelling Ferdinand Bol en Govert Flinck: Rembrandts meesterleerlingen

Duo tentoonstelling Ferdinand Bol & Govert Flinck
13 oktober 2017 – 18 februari 2018
Museum Het Rembrandthuis & Amsterdam Museum

Ferdinand_Bol.Self-portrait
Zelfportret van Ferdinand Bol. De schilder is tot de knieën afgebeeld, in een geborduurde kamerjas, met de linkerarm steunend op een beeldhouwwerk van een slapende Cupido. In een vergulde, rijk gesneden lijst met zonnebloemen en ander bloemen versierd.

Noemenswaardige bijzonderheden

  • Een bijzondere primeur is het verloren gewaande portret door Bol van zeeheld Cornelis Tromp, dat kort geleden boven water is gekomen. Door een prent naar het schilderij wist men dat er een geschilderde versie moest hebben bestaan, maar het schilderij was niet bekend. Onze conservatoren kregen in mei een tip, en voordat ze het wisten stonden ze ergens in Zuid-Europa oog in oog met Tromp. Dat schilderij zal in de tentoonstelling in het Amsterdam Museum voor het eerst te zien zijn, natuurlijk wordt het getoond in de directe nabijheid van het portret dat Bol van de andere grote zeeheld Michiel de Ruyter schilderde, Tromps tegenpool.
  • Het buitengewoon monumentale doek van Bol uit 1646, Het offer van Abraham, keert na meer dan driehonderd jaar terug naar de stad waar het is geschilderd. Het verhuisde na 1691 met het echtpaar Parensi-van Diemen mee naar Lucca en behoort sinds mensenheugenis tot de collectie van het Palazzo Mansi.
  • Het Zelfportret van Bol dat op de beelddrager prijkt en dat in het Rembrandthuis te bewonderen zal zijn, was van ‘de radar’. De biograaf van Bol, Albert Blankert, wist in de jaren ’70/’80 niet waar het was maar nam een zwartwit-foto op in zijn oeuvrecatalogus. Een laatste spoor verwees naar een veiling in Zwitserland in de jaren ’80, maar dat spoor liep helaas dood. Een oproep in een Duitse krant en een internationale oproep onder conservatoren leverde ook niets op. Het was dan ook bij toeval dat we op een verwijzing stuitten in een klein tentoonstellingsboekje. Daar werd een geschilderd zelfportret genoemd waarvan de maten overeenkwamen met de vermelding bij Blankert. Na navraag te hebben gedaan bij de betrokken buitenlandse conservator, die inmiddels alweer elders werkte, bleek dat het inderdaad het schilderij betrof dat wij zochten.
  • Het Zelfportret van Flinck, eveneens op de beelddrager en van de radar, werd bij toeval teruggevonden in het depot van het Wallraf-Richartsz Museum in Keulen, waar het door een particulier was gestald. In de aanloop naar de tentoonstelling is het voor ons gerestaureerd en nu een zaalstuk in Keulen.
  • Het portret van een achtjarige jongetje door Bol, dat enkele jaren geleden opdook en in Londen werd geveild, is recent onderzocht door Frans Grijzenhout. Hij wist te achterhalen wie het jongetje is dat hier geportretteerd is. Het schilderij was onderwerp van één van de afleveringen van ‘Kunstraadsels’ en het zal de komende vier maanden voor het Nederlandse museumpubliek in het Amsterdam Museum te zien zijn. ( Kunstraadsels )
  • Objecten in particulier bezit zijn doorgaans niet zichtbaar voor publiek en (relatief) onbekend voor onderzoekers. Deze tentoonstelling biedt een uitgelezen kans om deze werken nu in het echt te bekijken en genieten.
  • Onze eerste bruikleenverzoeken, alweer enkele jaren geleden, hebben geleid tot groot enthousiasme bij museale collega’s wereldwijd en tot restauratie van vijftien schilderijen in de aanloop naar de tentoonstelling. Die restauraties hebben gezorgd voor herstel van de kleurenpracht die door de schilders is bedoeld, zoals bij Bols rembrandtieke Regenten van het Leprozenhuis uit 1649 (Amsterdam Museum), De Astronoom uit 1652 (National Gallery Londen) en het Dubbelportret van Jan en Catharina van der Voort uit 1661 (KMSK Antwerpen), en bij Flincks vandyckiaanse Portret van een echtpaar uit 1646 (Kunsthalle Karlsruhe) en twee Tronies (beide uit privébezit).
  • Ook boden de behandelingen interessante inzichten, onder meer in zogeheten pentimenti (veranderingen die tijdens het schilderen hebben plaatsgevonden). Een belangrijk voorbeeld is de Regentessen van het Leprozenhuis door Bol uit 1667/’70 (Rijksmuseum/collectie stad Amsterdam). Over de eigenhandigheid van het gezicht van de middelste dame werd al een tijdje getwijfeld en diepgaand onderzoek naar de verflagen wees uit dat er een ander gezicht onder deze dame zit. Dat betekent dat Bol aanvankelijk een andere vrouw heeft geportretteerd, maar dat er daarna, door een andere schilder, een tweede vrouw overheen is geschilderd. Onze conservator wist de identiteit van de dames vast te stellen en kon aan de hand van hun biografische gegevens tevens de reden van deze wonderbaarlijke verandering beargumenteren.
  • Een schilderij van een oude man, dat in de Royal Collection in Engeland wordt bewaard als ‘school van Rembrandt’, is waarschijnlijk aan Ferdinand Bol toe te schrijven, zeker sinds de recente restauratie. De relatie met tekeningen en prenten van Bol naar het schilderij vormt hierbij een belangrijke basis.
  • In de Six collectie bevinden zich twee portretten van Margaretha Tulp, de echtgenote van Jan Six. Een daarvan is gesigneerd door Govert Flinck en 1656 gedateerd. De andere werd lang aan Ovens toegeschreven, maar is wel degelijk ook van de hand van Flinck. Röntgen- en infraroodonderzoek liet zien dat onder het laatstgenoemde, veel losser geschilderde portret in opzet een portret zit dat veel
    dichter tegen dat van 1656 aanzit. Daarmee kan worden aangetoond dat het lossere portret van latere datum moet zijn. Waarom Margaretha Tulp zich twee keer liet portretteren door dezelfde schilder in een tijdsbestek van twee jaar blijft een raadsel. Hoewel er een aantal hypotheses zijn blijven die vooralsnog zonder hard bewijs.
  • In Kassel bevindt zich een vrouwenportret door Flinck, 1655 gedateerd, dat – sinds het in de jaren ’80 opdook in de kunsthandel – eveneens gold als een portret van Margaretha Tulp. Aanleiding voor de identificatie was met name de aanwezigheid van een tulp in de achtergrond van het schilderij. Een gedicht van Geerardt Brandt maakt echter duidelijk dat hier de vrouw van deze dichter moet zijn afgebeeld: Suzanna van Baerle, dochter van Casppar van Baerle. De tulp in de achtergrond heeft een iconografische functie, ze verwijst naar de maand mei, die met het huwelijk werd geassocieerd.
    800px-Govaert_Flinck_Self_Portrait.jpg
    Govert Flinck – Photo by of original art by Frank J. Seinstra.Over Amsterdam 

Museum Amsterdam
Museum vertelt het verhaal van de stad, over toen, nu en straks. Vier kernwaarden – ondernemerschap, vrijdenken, creativiteit en burgerschap – kenmerken de identiteit van de stad. Aan de hand van deze begrippen wordt de geschiedenis tot leven gebracht en gekoppeld aan heden en toekomst. Het museum ziet het als zijn maatschappelijke taak om het verhaal van Amsterdam toegankelijk te maken en aan een zo breed mogelijk publiek te presenteren. Amsterdam Museum wordt structureel gesteund door de BankGiroLoterij en de Gemeente Amsterdam.

Amsterdam Museum ontvangt een substantiële financiële bijdrage van de Gemeente Amsterdam.

Museum Het Rembrandthuis Amsterdam
Rembrandt woonde en werkte tussen 1639 en 1658 in dit prachtige en monumentale huis, dat nu een museum is. Aan de hand van een inventarislijst uit die tijd is het huis heringericht met meubels, kunst en voorwerpen uit de 17e eeuw. In het Rembrandthuis zijn dagelijks ets- en verfdemonstraties, die laten zien hoe hij destijds werkte. Het Rembrandthuis bezit de bijna complete etsencollectie van Rembrandt. Daarnaast zijn er in de moderne museumvleugel regelmatig tijdelijke exposities met werk van Rembrandt, tijdgenoten en latere kunstenaars.

Museum Het Rembrandthuis ontvangt een substantiële financiële bijdrage van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Bron: PERSBERICHT Museum Het Rembrandthuis Amsterdam 11 oktober 2017